000-insch | inste-store | stori-zwomm
         bold = Main text
     Partgrey = Comment text

2001 IV| bijna in stukken. En de storing bleef niet bij deze vechtpartij, 2002 I| beraadslaagden, hoe wij de dreigende storm zouden kunnen ontgaan, kwam 2003 IV| Ascyltos wilde juist op deze stortvloed van verwijten antwoorden, 2004 IV| woonden wij in een nauw straatje; nu behoort het huis aan 2005 IV| onderwijs gegeven, door hem met straatventers te laten omgaan. Daarom 2006 IV| zeide: ,,Wat is dat? Die straatzangeres heeft zeker geen geheugen. 2007 IV| jullie beschermgeest mij straffen."~ Toen allen ten hoogste 2008 IV| boomvruchten en druiven droeg. Wij strekten begerig onze handen naar 2009 II| vragen."~ Ik echter bleef streng en onbarmhartig en kon mij 2010 IV| een gewaad met purperen strepen en met vijf gouden ringen, 2011 II| wat amuseerde. Je zult een strijd van het publiek bijwonen 2012 IV| zij al tastende een bundel stro. Hij had geen hart, geen 2013 IV| door anderen; vervolgens strooiden zij zaagsel, dat met saffraan 2014 IV| knaap geroofd en er een strooien pop voor in de plaats gelegd. 2015 I| in het amphitheater zand strooit, en goten wijn over onze 2016 I| buitengewone voorzichtigheid de stroopnagels van onze tenen. En zelfs 2017 IV| schuldig bent." Ik heb een paar stukjes land gekocht; ik bezit wat 2018 IV| zagen wij niet. Toen de stumper terug was, wierp hij zich 2019 IV| iets van merkte. Daarom stuurde hij me maar gauw naar 't 2020 IV| opvatting. Ik barst haast van succes. Maar ben jij nu nog aan ' 2021 IV| vrouw: zo halen zij ons arme sukkels het vel over de oren. Zes 2022 Inl| Petronius in hoge mate de sympathie en het vertrouwen van de 2023 II| bootste de pantomimendanser Syrus na, terwijl alle slaven 2024 I| Terwijl hij onder 't spelen de taal van werklui van 't onderste 2025 Inl| Romeinse geschiedschrijver Tacitus heeft ons in het 18de hoofdstuk 2026 I| slaaf. Hij verloor mijn tafelkleren, die een van mijn cliënten 2027 IV| Trimalchio. ,,Als zij het tafelzilver niet opgeborgen heeft, en 2028 IV| met de zweep in de hand, taferelen uit het leven der muilezeldrijvers, 2029 IV| Hij heeft deksels veel talenten: hij is schoenmaker, kok, 2030 IV| schaal presenteerde. De talentvolle kok wilde bij deze verrassingen 2031 IV| gouden doosje, dat zij haar talisman noemde. Vervolgens haalde 2032 IV| jongen gebruikte zonder talmen Trimalchio als paard, klopte 2033 II| worden, vooral, omdat het tamme varken veel groter scheen 2034 I| tanden met een zilveren tandenstoker had gereinigd, zeide hij: ,, 2035 I| liever zeggen wat moppen te tappen, en ons bij groepjes van 2036 II| welnu, hij liet rammen uit Tarente komen en kruiste ze met 2037 II| aan mijn bezittingen bij Tarracina en Tarentum grenzen. Ik 2038 II| gebracht 500.000 schepels tarwe; 500 ossen onder 't juk 2039 IV| waren lijsters, van fijn tarwemeel gemaakt, met rozijnen en 2040 IV| wilde omarmen, zag zij al tastende een bundel stro. Hij had 2041 IV| moeten betalen; want ze taxeerden de overledene op 50.000 2042 I| zou gaan. Toen wij allen tegelijk met de rechtervoet binnen 2043 I| liep ons dezelfde slaaf tegemoet, voor wie wij genade gesmeekt 2044 II| afgeleefde kereltjes; als je er tegenaan geblazen had, waren zij 2045 II| nu zet hij een hoge borst tegenover Norbanus. Een goede opleiding 2046 IV| onderdrukken. Toen Ascyltos' tegenstander dit bemerkte, richtte hij 2047 IV| het eerst van mijn leven tegenstond. Maar, toen de slaaf ophield, 2048 II| mensen maar verstand hadden. Tegenwoordig gaat 't er slecht mee, maar ' 2049 II| binnengebracht, waarop de twaalf tekens van de dierenriem in een 2050 IV| zingende stem een Latijnse tekst voor. Toen kort daarop een 2051 II| stelde deze verwachting teleur door de vraag: ,,Welk van 2052 II| allen bedekken hun ogen en tellen hun geld. Vroeger gingen 2053 II| mensen aan tafel had gezeten. Temidden van dit gesprek, ging een 2054 IV| een krot, nu is het een tempel. Het heeft 4 grote eetzalen, 2055 II| Intussen dronk Trimalchio tengevolge der complimenten steeds 2056 Inl| weelderigheid bereikt had, tenzij Petronius het hem had aanbevolen.''~ 2057 III| vleugelklappend, op zijn tere poten loopt,~ Die 's winters 2058 I| knaap met een speelbord van terebinthisch hout en met kristallen dobbelstenen; 2059 Inl| is, zodat men Petronius terecht als karaktertekenaar met 2060 IV| vrouw van de kroeghouder Terentius; jullie hebt haar wel gekend, 2061 IV| jong was, had ik bijna de tering gekregen door 't vele zingen. 2062 II| Alles groeit op zijn eigen terrein, wol, citroenen, peper, 2063 IV| ik niet dan met walging terugdenk, als je mij geloven wilt. 2064 Inl| tot zijn oude ondeugden teruggezonken of wel omdat hij daarvan 2065 II| aedilen voorgelezen, en testamenten van jachtopzieners, waarin 2066 II| telkens ons lachen door een teug wijn. Wij wisten echter 2067 I| gemeend hebben, dat men in een theater was tijdens de opvoering 2068 III| eerste rang aan Mopsus uit Thracië toegekend, tot Trimalchio 2069 II| één kerel met wat pit, een Thraciër; en die vocht nog volgens 2070 IV| heeft van zijn zakgeld een Thracische wapenuitrusting gekocht, 2071 IV| dan bloed. Maar bij mijn thuiskomst lag de soldaat in zijn bed 2072 II| Ik geloof, dat nog geen tiende deel van hen hun eigen meester 2073 Inl| afgunst van de machtige Tigellinus op, die hem van vriendschap 2074 II| van die boeken met rode titels gekocht, omdat ik wil, dat 2075 II| vrijgelatene. En onze vriend Titus is in alles wat hij doet 2076 II| zich lang met denken af te tobben, las hij de volgende verzen 2077 IV| met je mond vol tanden en tobt je af als een muis die in 2078 II| Cumae, dat aan Trimalchio toebehoort, geboren 30 knaapjes, 40 2079 IV| 5 procent en een bed met toebehoren. Fortunata maak ik tot mijn 2080 IV| saucijsjes en zeer goed toebereide kippenmaagjes, biet, eigengebakken 2081 IV| te Rome tot alle decuriën toegang had kunnen hebben, heeft 2082 III| rang aan Mopsus uit Thracië toegekend, tot Trimalchio op eens 2083 II| Trimalchio weer: ,,Jullie zult toegeven, dat ik een Liber pater 2084 IV| beschermgeest bezwoer, om toegevend te zijn. Nu kon Trimalchio 2085 IV| aan het blaffende ondier toegeworpen, en de hond, door de lekkere 2086 I| bewonderden, kwam Menelaus op ons toelopen en zei: "Dit is nu de man, 2087 II| gebeurtenis niet zonder een toepasselijk gedichtje laten voorbijgaan." 2088 I| gelaten. Maar u zult mij toestaan, dat ik mijn spel even uitmaak". 2089 I| Elke slaaf, die zonder toestemming van zijn meester de deur 2090 IV| vrienden kennen.~ Nu wilde 't toeval, dat mijn meneer naar Capua 2091 IV| was, begon hij dadelijk de toneelspeler Ephesus na te bootsen, en 2092 II| ook", ging hij voort, ,,toneelspelers gekocht om een Grieks stuk 2093 IV| gezelliger, je droeg dialogen uit toneelstukken voor, en zong liedjes. Helaas, 2094 II| had meermalen dergelijke toneeltjes bijgewoond en zeide: ,,Zie 2095 III| weeldezucht te loor.~ Voor úwe tongen mest men vet de gulden pauw,~ 2096 II| maar steeds op langgerekte toon roepen: ,,Deelman! Deelman!" 2097 IV| afnam en ze aan Scintilla toonde, die een en al bewondering 2098 IV| dat prekerige manwijf een toontje lager zingt. En als ik dan 2099 IV| er voor zorgen, dat je de toorn van Juppiter eens voelt, 2100 II| zoals men zegt, de hoogste top der genietingen beklommen 2101 IV| duif van een stuk spek, een tortelduif van ham, en een kip van 2102 Inl| Petronius wachtte echter niet, totdat het bericht van zijn veroordeling 2103 IV| hij reeds lange tijd had trachten te onderdrukken. Toen Ascyltos' 2104 IV| van het lachen; de andere trachtten met op de rug gevouwen handen, 2105 I| hardlopers, die zich met hun ,,trainer'' oefenden. Bovendien merkte 2106 IV| binnengebracht; er door een trap van de portier aan herinnerd, 2107 II| mensen geboren, die achteruit trappen, ossenherders en lieden, 2108 Inl| Omstreeks 1650 vond men te Trau in Dalmatië een manuscript, 2109 II| peper en komijn bij te doen. Trek hem zijn kleren uit." In 2110 II| alleen zijn vrouw die treurde niet erg om hem. Wat zou 2111 IV| horenblazers speelden nu treurmarsen. Vooral één van hen, de 2112 IV| gewassen worden."~ Stichus treuzelde niet lang en bracht onmiddellijk 2113 IV| en zong daarbij met een trillende en afschuwelijke stem.~ 2114 II| nog jong was, bij de oude triomfboog. Dat was geen mens, maar 2115 II| met de feestdagen: geen troep beroepsgladiatoren, maar 2116 II| in ere. Hij heeft al een troepje boerenkinkels en een vrouw 2117 II| metaal ontstaan is. Toen Troja was ingenomen, liet Hannibal, 2118 II| hoe Daedalus Niobe in het Trojaanse paard opsloot. Ook staan 2119 IV| was.~ Toen Trimalchio de trompetblazers had nagedaan, keek hij naar 2120 II| dan zwol zijn stem tot trompetgeluid. En hij kreeg het er niet 2121 IV| meer dan een half uur lang trompetters na, waarbij Habinnas hem 2122 I| Eerstgenoemde hief zijn hoofd met trotse blik op en sprak: ,,Niet 2123 IV| Hij was vroom, dapper en trouw. Zijn begin was klein, zijn 2124 IV| 10.000.000 sestertii had kunnen trouwen! Je weet, dat ik niet lieg. 2125 IV| bad gaan, er in de drukte tussenuit knijpen."~ Daar wij het 2126 II| gekocht had, dat kon je met je tweeën niet opkrijgen. Maar nu 2127 II| de man, die in het eerste tweegevecht gedood werd, was niet veel 2128 II| de tweelingen ontstaan de tweespannen, ossen, de testikels en 2129 Inl| oorspronkelijk ongeveer twintig boeken moet hebben omvat. 2130 I| Falernerwijn en, daar zij al twistend het meeste op de grond morsten, 2131 IV| Toen Trimalchio tussen de twistenden recht gesproken had, waren 2132 Inl| schanddaden van de wrede tyran nauwkeurig opsomde. De grote 2133 I| t was natuurlijk echt Tyrisch purper, maar reeds éénmaal 2134 III| Babylonisch kleed gelijkt.~ Voor ú sterft d'Afrikaanse kip 2135 IV| te lachen, jij gekrulde ui? Hebben wij soms het Saturnaliënfeest, 2136 IV| kransen en zalfflesjes uitbeeldt, en verder alle gevechten 2137 I| kip zat, die hare vleugels uitbreidde, alsof zij eieren uitbroedde. 2138 I| uitbreidde, alsof zij eieren uitbroedde. Tegelijkertijd kwamen twee 2139 IV| dat Trimalchio Scylax zo uitbundig prees, zette hij zijn hondje 2140 IV| zette mij alles van a tot z uiteen; hij keek, om zo te zeggen, 2141 I| waren bevestigd, die aan 't uiteinde iets als een bronzen scheepssnavel 2142 IV| achterover te buigen, dat zij 't uiterste puntje van hun tenen konden 2143 I| van zijn meester de deur uitgaat, krijgt honderd slagen". 2144 II| heeft zijn laatste adem uitgeblazen. Nog kort geleden sprak 2145 II| het Pompejaanse park brand uitgebroken, die ontstond in de woning 2146 IV| voor jou voor niets heeft uitgegeven, al ken je dan ook rhetorica. 2147 II| niet al zijn geleerdheid uitgekraamd, of een schotel met het 2148 IV| waardoor hij binnentrad, uitgelaten; door de ene deur komt men 2149 II| en vielen lachend op de uitgelezen lekkernijen aan. Ook Trimalchio 2150 II| Zijn de ingewanden er niet uitgenomen? Warempel niet, bij Hercules! 2151 II| graszode, met gras en al uitgesneden en daarop een honingraat. 2152 IV| een wederdienst. Je bezit uitgestrekte landerijen. Je koestert 2153 IV| en nadat wij onze kleren uitgetrokken hadden, die Giton bij de 2154 IV| maar nu moet een mens meer uitgeven dan hij er voor terug krijgt."~ 2155 Inl| zodat men nu volgens de uitgever een volledige Petronius 2156 II| vrijgelatenen hebben hem uitgezogen. En onthoud wel; vele koks 2157 III| zelfs de kindervriend, d'uitheemse ooievaar, -~ Die, vleugelklappend, 2158 IV| je er een gebroken urn op uithouwen en daarop een snikkende 2159 IV| van mijn monument schepen uithouwt, die met volle zeilen varen, 2160 IV| avonds vrolijk!"~ Na deze uiting van vriendelijkheid volgden 2161 IV| keek, zag ik dat hij zich uitkleedde en al zijn kleren aan de 2162 II| voor de waarheid wilden uitkomen." Wij bedankten hem voor 2163 IV| voor wie het bad al een uitkomst begon te worden? Wij verzochten 2164 IV| haar ingewanden er bijna uitkwamen. Ik zelf at er meer dan 2165 I| toestaan, dat ik mijn spel even uitmaak". Daarop kwam een knaap 2166 IV| geldwisselaar het lastigste vak uitoefenen: de dokter, omdat hij weet, 2167 II| in de hand, terwijl zij uitriep:,,O, wat ben ik ongelukkig, 2168 IV| de geneesheren niet kan uitstaan, omdat ze mij zo dikwijls 2169 IV| gerecht was koude taart met uitstekende Spaanse wijn, die op warme 2170 IV| je geslacht niet te laten uitsterven." Maar ik, goeie lobbes 2171 IV| van pekel en saus, die hij uitwasemde. Niet tevreden dat hij aan 2172 I| voorgerecht op, dat er heerlijk uitzag, want allen hadden reeds 2173 I| aangebroken, en daarmee het in uitzicht gestelde galgemaal, maar 2174 II| dienbak gezien hebt? Staat Ulixes zo bekend, zou Vergilius 2175 II| en die geschiedenis van Ulysses, hoe de Cycloop hem met 2176 IV| Fortunata maak ik tot mijn universele erfgename en ik vertrouw 2177 IV| Ook mag je er een gebroken urn op uithouwen en daarop een 2178 I| warmpjes inzit; hij heeft een uurwerk in zijn eetzaal staan en 2179 III| weeldezucht te loor.~ Voor úwe tongen mest men vet de gulden 2180 II| met volle zeilen voorbij vaart. Trouwens, wat heeft die 2181 II| Is een aardje naar haar vaartje. Maar Glycon heeft zijn 2182 IV| vertrekkende slaven riepen: ,,Vaarwel, Gaius," en de binnentredende: ,, 2183 II| hebben als slijk. Van zilver vaatwerk houd ik bijzonder veel. 2184 II| bloemrijke stijl, maar voor 't vaderland weg. Wanneer hij op het 2185 IV| De keizer, de vader des vaderlands, heil." Toen na deze huldiging 2186 IV| meer bezat dan mijn hele vaderstad, dacht ik: ,,nou moet het 2187 Inl| Sienkiewicz' beroemde roman ,,Quo Vadis'' heeft gelezen, herinnert 2188 IV| schaapskop?" zei hij . ,,Valt de verfijnde luxe van mijn 2189 II| Pompeius Diogenes biedt vanaf 1 Juli zijn zolderkamertje 2190 IV| aan tafel komt, ga ik er vandoor," en hij was reeds op 't 2191 IV| die de tijd moet weten, vanzelf mijn naam leest, of hij 2192 IV| hij maakt een vis van een varkenspens, een duif van een stuk spek, 2193 II| vetgemest gevogelte, een varkensuier en een in 't midden met 2194 II| Niemand houdt meer zijn vastendagen, niemand geeft een zier 2195 IV| vasthouden, dat aan haar gordel vastgebonden is; beeld er verder mijn 2196 IV| als met een ijzeren bout vastgenageld. Maar laat ons om het heden 2197 IV| moet ook een schoothondje vasthouden, dat aan haar gordel vastgebonden 2198 IV| wij onze blikken naar de vechtersbazen en bemerkten nu, dat uit 2199 IV| storing bleef niet bij deze vechtpartij, maar er werd een kandelaar 2200 III| vet de gulden pauw,~ Wiens vederdos een Babylonisch kleed gelijkt.~ 2201 I| huisraad moest zorgen, en veegde de zilveren schotel met 2202 II| baard, die beenkappen en een veelkleurig-geweven jachtmanteltje droeg. Deze 2203 II| bederven. Onder de Leeuw worden veelvraten geboren en heerszuchtigen. 2204 IV| lippen met lampenolie in. Veertien jaar lang was ik de lieveling 2205 IV| mij ooit hoeven te manen? Veertig jaar heb ik gediend, maar 2206 II| overtollige meubelen laten veilen."~ Maar Trimalchio onderbrak 2207 IV| aan, als een bok in een veld met paardebonen?"~ Na deze 2208 II| niet vroom meer zijn. De velden liggen woest ..."~ ,,Spreek, 2209 II| hij kan kapper worden, vendumeester of 't liefst nog zaakwaarnemer; 2210 IV| kijkt, vind ik zo erg niet; Venus kijkt net zo. Daarom kan 2211 I| Huisgoden, een marmeren Venusbeeld en een tamelijk groot gouden 2212 IV| aanblik van de gehele zaal veranderd was, toen Trimalchio zeide: ,, 2213 IV| verdeelde het kalf onder de verbaasde gasten.~ Wij hadden niet 2214 II| of ander woordspeling in verband stond en schaamde mij niet, 2215 II| atrium, die naar Baiae was verbannen; tenslotte werd vermeld, 2216 II| de slaap. Zelfs aan tafel verbied ik niemand om te doen, wat 2217 II| dat zelfs Jupiter niet kan verbieden. Jij lacht maar Fortunata, 2218 IV| te dwepen? Maar Fortunata verbiedt me dat. Denk je er zo over, 2219 IV| bezittingen met Apulië te verbinden, dan heb ik het in mijn 2220 I| en het door de beweegbare verbinding verschillende standen liet 2221 IV| waarin men veel langer moet verblijf houden. En daarom wil ik 2222 IV| een os, en een geneesheer verbond zijn hals. Toen begreep 2223 IV| aan Scintilla's borst, en verborg haar blozend gezicht in 2224 IV| anders laat ik je levend verbranden. Ik wil prachtig begraven 2225 Inl| meesten, die hun vermogen verbrassen, maar als een man, die van 2226 IV| niet onder de slaven heeft verdeeld, dan wil zij geen druppel 2227 IV| stukken vlees aan de punt en verdeelde het kalf onder de verbaasde 2228 II| die de spijzen aan het verdelen is? Die heet Deelman. Zovaak 2229 I| Mars houdt van gelijke verdeling. Daarom heb ik voor ieder 2230 II| 1000 gouden denaren heeft verdiend. Als wij maar fut hadden, 2231 IV| kon ik er een erfenis mee verdienen. Maar, wat ik zeggen zou, 2232 IV| houden. Dat is pas ware verdienste, want als vrij man op de 2233 II| is en zelf liever een as verdient, dan dat hij zich om ons 2234 IV| nog haar gekrakeel heb te verdragen. En verder om haar te laten 2235 IV| werden bijna van onze sofa's verdreven: zo geheel werd de zaal 2236 II| de mensen ook zo nat als verdronken muizen. Ik zeg 't je: de 2237 IV| dadelijk de inhoud van 't stuk verduidelijken." Toen Trimalchio dat gezegd 2238 II| door de Griekse nog wat veredeld worden." En hoor eens, dezer 2239 II| en een in 't midden met veren versierde haas, die Pegasus 2240 IV| schaapskop?" zei hij . ,,Valt de verfijnde luxe van mijn meester niet 2241 IV| bedanken, toen hij alle scherts vergat en bevel gaf, dat men hem 2242 I| leven verloren heeft.'' Wij vergaten dus al onze ongelukken, 2243 IV| ik vaak mijn eigen naam vergeet. Wij hadden dan eerst een 2244 II| Hipparchus en Aratus bij hem vergeleken niets waren, tot ten slotte 2245 II| Ik zou het hem nog niet vergeven, als hij er bij een vis 2246 IV| mij tot de 5de mijlpaal te vergezellen. Het was een militair, sterk 2247 IV| laten gaan, zeide deze: ,,Je vergist je, als je gelooft, dat 2248 IV| Trimalchio dit gezegd had, vergoot hij vele tranen; ook Fortunata 2249 I| de linkerhand een grote, vergulden ring en aan het laatste 2250 Inl| bewaarde delen der Satyrae verhaald wordt, speelt zich af rondom 2251 II| en daarom lacht u om die verhalen van ons, eenvoudige luidjes. 2252 IV| aan Cario een huis, om te verhuren, de 5 procent en een bed 2253 I| mijn cliënten mij op mijn verjaardag geschonken had: 't was natuurlijk 2254 IV| hij gestorven was, vrij verklaard had. Ja, zij zal nog een 2255 IV| steken, vindt hierin zijn verklaring, dat bij iets zoets altijd 2256 IV| nieuws, dat de hemel hun zou verkondigen. En ziet, plotseling ging 2257 II| voor net duur als hij zelf verkoos. Maar wat hem pas flink 2258 II| zou gaan, kondigde hij een verkoping aan met 't volgende bordje: ,, 2259 Inl| niet als een slemper of een verkwister beschouwd, zoals de meesten, 2260 II| zei Trimalchio, ,,of ik verlaag je tot de afdeling loopjongens."~ 2261 II| Hij zeide: ,,Misschien verlang je te weten, waarom ik alleen 2262 IV| gelooft, dat je het huis daar verlaten kunt, waar je er ingekomen 2263 IV| genoegelijke dingen behoren tot het verleden." ,,Mijn tijd," antwoordde 2264 IV| de goden dat soms willen) verliefd op de vrouw van de kroeghouder 2265 IV| ogenblik, haar geluk weer te verliezen. 't Is een stuk hout, geen 2266 IV| allen vrij. Philargyrus vermaak ik bovendien een stuk land 2267 Inl| die met nieuwe fragmenten vermeerderd was, zodat men nu volgens 2268 II| verbannen; tenslotte werd vermeld, dat een rentmeester in 2269 IV| zaagsel, dat met saffraan en vermiljoen gekleurd was, op de vloer 2270 II| Deelman! Deelman!" Ik vermoedde, dat deze voortdurende herhaling 2271 II| purperen wol te gebruiken. Mijn vermoeden was niet zo ver mis: want 2272 IV| geweest. Toen hij vervolgens vermoeid was gaan zitten, opende 2273 II| hoe Cassandra haar zonen vermoordt. En de dode kinderen liggen 2274 II| niet binnen een half jaar vernomen, dan wil ik niet, dat het 2275 IV| Giton was al lang op zeer vernuftige wijze goede vriendjes met 2276 Inl| totdat het bericht van zijn veroordeling hem zou bereiken, maar maakte 2277 Inl| eind aan zijn leven. Hij veroorloofde zich echter nog een echt-Petroniaanse 2278 II| stijgen naar het hoofd en veroorzaken een zinking in het hele 2279 Inl| meer onverschilligheid zij verrieden, des te gretiger als een 2280 II| wol, die zijn schapen hem verschaffen, was hem niet goed genoeg: 2281 III| mij eens, professor, welk verschil is er volgens uw mening 2282 I| en ongunstige dagen met verschillend gekleurde knopjes waren 2283 II| er buiten de eetzaal een verschrikkelijk lawaai ontstond en Spartaanse 2284 IV| een haan. Door dit geluid verschrikt, liet Trimalchio wijn onder 2285 II| een in 't midden met veren versierde haas, die Pegasus moest 2286 IV| volle waarheid. Op één dag verslond Neptunus 30 millioen. Geloven 2287 II| vroeg Trimalchio: ,,Wat versta je eigenlijk onder een arme 2288 IV| die zijn gezang konden verstaan. De overige gasten liepen 2289 II| kunst van spreken zo goed verstaat, geen mond open doet. U 2290 IV| vrolijkheid voor de eerste maal verstoord; toen n.l. te midden der 2291 II| die door een nachtwacht verstoten was, omdat zij betrapt was 2292 Inl| het Noord-Nederlands werd vertaald.~ ~ ~ ~ 2293 II| bijna alles tot op mijn hemd verteerd en als deze droogte aanhoudt, 2294 IV| mishandelen, zoals de mensen vertelden, die zijn gezang konden 2295 Inl| naam dragen: Encolpius, de verteller, wiens naam betekent: ,, 2296 II| zien, enige kunstjes zouden vertonen. Maar Trimalchio stelde 2297 IV| koorfluitisten, dan weer vertoonde hij in een koetsiersmantel, 2298 IV| volgde hen dus op, terwijl de vertrekkende slaven riepen: ,,Vaarwel, 2299 IV| universele erfgename en ik vertrouw ze mijn vrienden toe. Dit 2300 Inl| kleine kring van Nero's vertrouwde vrienden opgenomen als ,, 2301 Inl| mate de sympathie en het vertrouwen van de keizer genoot, wekte 2302 II| Maar iemand, die te snel vertrouwt, zal 't nooit ver brengen, 2303 IV| stond een door de bakker vervaardigde Priapus, die, zoals dat 2304 IV| ketting ons met zulk een vervaarlijk geblaf ontving, dat Ascyltos 2305 II| kreeft."~ De spreker begon vervelend te worden en Phileros riep: ,, 2306 IV| cadeau."~ Er zou aan deze verveling geen einde zijn gekomen, 2307 IV| slaven alle tafels weg en vervingen ze door anderen; vervolgens 2308 II| van de wereld; maar die vervloekte vrijgelatenen hebben hem 2309 III| Wat men niet heeft verwacht ziet men dikwijls gebeuren,~ 2310 II| Corinthisch metaal bezit." Ik verwachtte, dat hij op zijn gewone 2311 IV| uit, en dadelijk daarna verwekte een nieuwe verrassing weer 2312 II| op 't gastmaal terug." Ik verwenste mijn domheid, en deed geen 2313 Inl| Zoals anderen zich roem verwerven door ijver, zo had hij zich 2314 II| heeft die wel niet gehad! Ik verwijt 't hem niet. Hij heeft eenmaal 2315 IV| juist op deze stortvloed van verwijten antwoorden, maar Trimalchio 2316 IV| zei ik: ,,Ik zou mij niet verwonderen, als dat alles van mest 2317 Inl| speculatie grote rijkdom heeft verworven en elke gelegenheid aangrijpt, 2318 IV| dier, ofschoon het zich uit verzadiging verzette. Hierdoor werd 2319 IV| kammosselen vielen, die een knaap verzamelde en op een schaal presenteerde. 2320 Inl| alvorens te sterven, een verzegeld geschrift aan Nero, waarin 2321 IV| keurig in orde, dat kan ik je verzekeren. Scissa heeft een schitterend 2322 IV| het zich uit verzadiging verzette. Hierdoor werd Trimalchio 2323 II| maar hij was ook op jongens verzot; hij was van alle markten 2324 II| kok nog niet vergeten, die verzuimd had de ingewanden uit 't 2325 III| Voor úwe tongen mest men vet de gulden pauw,~ Wiens vederdos 2326 II| in de onderste afdeling vetgemest gevogelte, een varkensuier 2327 IV| van lijsters zette men ons vetgemeste kippen voor, en ganzeneieren ,, 2328 I| het ei geheel en vond een vette bastaardnachtegaal, door 2329 IV| door alle slaven meer dan viermaal was geroepen. Zij kwam dus, 2330 II| hij dit zeide, snelde een viertal dienaren onder begeleiding 2331 II| arme en rijke man waren vijanden," vroeg Trimalchio: ,,Wat 2332 II| de leeuw een Afrikaanse vijg, op de maagd de baarmoeder 2333 II| een aediel, die geen drie vijgen waard is en zelf liever 2334 II| stroomde, die als in een vijver zwommen. Hierop klapten 2335 IV| logeren, en hij heeft zelf een villa aan het zeestrand, een erfstuk 2336 II| met lijmroeden gereed en vingen ze in een ogenblik terwijl 2337 I| laatste lid van de volgende vinger een kleinere, die mij geheel 2338 IV| hooggeëerd en waardig man, wiens vingernagel meer waard was, dan jij 2339 IV| en bronzen figuurtjes van vissers en tafels opmerkte, die 2340 I| krijgt honderd slagen". Vlak bij de ingang stond een 2341 III| uitheemse ooievaar, -~ Die, vleugelklappend, op zijn tere poten loopt,~ 2342 I| houten kip zat, die hare vleugels uitbreidde, alsof zij eieren 2343 II| aflopen? De vader kon een vliegende wouw zijn klauwen afsnijden. ' 2344 IV| een dolk. ,,Mussen en een vliegenvanger": rozijnen en Attische honing. ,, 2345 IV| voor onze ogen door een zak vloeide. Toen sprak Trimalchio: ,, 2346 IV| safraan, en deze onaangename vloeistof kwam ons zelfs in de mond. 2347 IV| vermiljoen gekleurd was, op de vloer en, wat ik nog nooit tevoren 2348 IV| onaardig slaafje binnenkwam, vloog Trimalchio op hem af en 2349 IV| hij een gehuil horen en vluchtte het bos in. Eerst wist ik 2350 II| lei te kijken. 't Is een vlugge jongen en een goed soort 2351 II| bewondering uit over de vlugheid van de kok, en zwoeren, 2352 IV| en Parentijnen met elkaar vochten. Agamemnon won het natuurlijk 2353 I| wassen, en droogde zijn vochtige vingers aan de lokken van 2354 IV| wittebrood, want er zit meer voedsel in en het is gezonder voor 2355 I| van andere slenteraars te voegen, toen wij plotseling een 2356 II| van onze gastheer vrijer voelden, begonnen wij de gasten 2357 IV| je van nu af aan te laten voelen, wat je jezelf aangedaan 2358 IV| brood op de rustbank en voerde het dier, ofschoon het zich 2359 II| om een Grieks stuk op te voeren, maar ik heb ze liever een 2360 II| grond werd warm onder zijn voetstappen. Maar oprecht, betrouwbaar, 2361 II| Trimalchio daarop aan ieder zijn vogel had laten brengen, zeide 2362 II| lijsters te voorschijn. Vogelvangers stonden met lijmroeden gereed 2363 IV| ik kreeg een kapitaaltje, voldoende voor een senator. Maar geen 2364 Inl| consul, een krachtig man en volkomen voor zijn ambt berekend. 2365 Inl| volgens de uitgever een volledige Petronius bezat.~ Deze fragmenten 2366 IV| proeven, moest zij zo hevig vomeren, dat haar ingewanden er 2367 II| was gesteld, en dat het vonnis was geveld door een rechtbank 2368 IV| wij doen, alsof wij hun voorbeeld volgen, en terwijl de anderen 2369 II| die zijn eigen familie voorbijziet, die geeft om niets. Maar 2370 IV| t vele zingen. Dansen, voordragen en imiteren van de gesprekken 2371 IV| een barbaarse uitspraak voordroeg, voegde hij er Atellaanse 2372 II| beslissingen der aedilen voorgelezen, en testamenten van jachtopzieners, 2373 I| dan op een blad, dat voor voorgerechten was bestemd, een ezeltje 2374 II| inhoud. Op een daarvan is voorgesteld, hoe Cassandra haar zonen 2375 IV| zij Trimalchio bij zijn voornaam Gaius noemde en hem bij 2376 II| zo slecht; want voor de voorname kaken is 't iedere dag feest. 2377 IV| mij zo dikwijls anijswater voorschrijven; de geldwisselaar, omdat 2378 I| dineren; ge ziet hier reeds 't voorspel van de maaltijd". Menelaus 2379 IV| niet moest meedelen, hij voorspelde mij ook, dat ik nog 30 jaar, 2380 II| of de jubelende Bacchus voorstelde, met een mandje vol druiven 2381 II| haas, die Pegasus moest voorstellen. Ook merkten wij bij de 2382 IV| mezelf niet òf je zult me voortaan niet meer uitlachen, al 2383 II| Ik vermoedde, dat deze voortdurende herhaling met een of ander 2384 IV| aan mij na mijn dood moge voortleven; bovendien moet 't monument 2385 II| zag hem aan en zeide: ,,Vooruit, gauw geef jezelf een klap, 2386 I| terwijl vier knechts in livrei vooruitgingen en een handwagentje, waarin 2387 I| met grote letters stond: ,,Voorzichtig! Hij bijt''. Mijn makkers 2388 II| nam zijn mes, en sneed met voorzichtige hand de buik van 't zwijn 2389 I| verwijderden met buitengewone voorzichtigheid de stroopnagels van onze 2390 IV| knappe kok, die kort te voren uit varkensvlees vogels 2391 I| vastgesoldeerde bordjes in de vorm van bruggetjes lagen met 2392 Inl| gastmaal van Trimalchio" vormt een afgerond geheel. Deze 2393 IV| dan een belastingbetalend vorstje. Ik hoop, dat mijn leven 2394 IV| ding, zo'n halfverdronken vos als jij bent. Zowaar moge 2395 II| en daarbuiten doodgewone vossen. Wat mezelf betreft, ik 2396 II| riep reeds half dronken: ,,Vraagt dan niemand van u, of mijn 2397 II| zijn gebeente ruste in vrede) die van mij een mens gemaakt 2398 IV| kikvors in de fabel, en vreest geen ogenblik, haar geluk 2399 I| onvoorzichtigen moesten vreselijk om hem lachen, want zijn 2400 IV| als ik niet reeds lang van vreugde zwel, omdat je zo vriendelijk 2401 II| Trimalchio keek nu met vriendelijke blik naar ons, en zei: ,, 2402 IV| zeer vernuftige wijze goede vriendjes met de hond geworden; hij 2403 Inl| Tigellinus op, die hem van vriendschap voor een der deelnemers 2404 IV| van mijn meester wat op te vrijen, zodat de baas er zelfs 2405 II| afwezigheid van onze gastheer vrijer voelden, begonnen wij de 2406 IV| mijn medeslavin heb ik vrijgekocht, opdat niemand aan haar 2407 Inl| een zekere Trimalchio, een vrijgelaten slaaf, die door speculatie 2408 IV| zeggen. Doordat ik mij zelf vrijwillig in slavernij begeven heb 2409 IV| die het eigendom van mijn vroegere meester geweest waren. Ik 2410 II| weggedragen; de gasten, die in een vrolijke stemming waren geraakt, 2411 IV| zeide: ,,Gewoonlijk ben je vrolijker aan de maaltijd dan nu; 2412 IV| wel gekend, Melissa, dat vrouwtje uit Tarentum, een allerliefst 2413 IV| Ik wil ook allerlei soort vruchtbomen om mijn as hebben en wijnstokken, 2414 IV| knaap met zere ogen , en vuile tanden, die een zwart, ongemanierd 2415 IV| beschimpen, noemde hem een vuilik en een ploert, omdat hij 2416 I| overblijfselen van de maaltijd bij 't vuilnis. Daarop traden twee langharige 2417 IV| nijdig te maken. Deze laatste vulde naar hondengewoonte de zaal 2418 IV| naar de vruchten grepen, vulden ook wij onze servetten: 2419 I| Aldus zullen wij zijn, zodra w' ons bevinden bij Pluto.~ 2420 II| mogelijkheden had overdacht, waagde ik 't mijn buurman, die 2421 IV| beeldje eerbiedig kuste, waagden wij 't niet, ons aan deze 2422 IV| getrokken zwaard, als een waanzinnige, op het kalf inhakte. En 2423 IV| vriendelijkheid volgden lekkernijen, waaraan ik niet dan met walging 2424 II| laatste liep hij gauw warm. Waarachtig, hij zou geen hond in huis 2425 I| op de muur geschilderd, waarboven met grote letters stond: ,, 2426 IV| maken, een hooggeëerd en waardig man, wiens vingernagel meer 2427 II| dwaasheden niet met zijn waardigheid overeenkwamen. Nooit zag 2428 IV| waterde, zou hij niet weten waarheen hij moest vluchten. Ik word 2429 II| een ander. Ik weet wel, waarmede hij zijn 1000 gouden denaren 2430 IV| gemeste gans was opgedragen, waaromheen vissen en allerlei soorten 2431 II| als een fatsoenlijk man. Waarover heeft hij zich te beklagen? 2432 Inl| aan de golf van Napels, waarschijnlijk in Puteoli, het hedendaagse 2433 II| klapten wij in de handen (waartoe de slaven 't sein gaven) 2434 IV| brandweermannen, die in de omtrek de wacht hielden, dat Trimalchio' 2435 Inl| na Christus). Petronius wachtte echter niet, totdat het 2436 II| vrouw gehuurd, die op een wagen zal vechten en de rentmeester 2437 II| wijze, dat men hem voor de wagenstrijder zou gehouden hebben, die 2438 IV| waaraan ik niet dan met walging terugdenk, als je mij geloven 2439 II| en mensen, die van twee wallen eten. Onder de Kreeft ben 2440 II| hele eetzaal rond, of de wand zich nog niet opende, om 2441 IV| een koele kruik tegen haar wang, waarop zij wenend en steunend 2442 IV| ons toe, om eens aan onze wangen te proberen, hoe scherp 2443 IV| zijn zakgeld een Thracische wapenuitrusting gekocht, hij heeft zich 2444 II| weer dit jaar alles in de war geschopt. Maar we zullen 2445 IV| zalfolie in een zilveren wasbekken binnen, en wreven daarmede 2446 I| hij water om zijn hand te wassen, en droogde zijn vochtige 2447 II| één hoedje. De ene hand wast de andere. Daarom hebben 2448 II| handen met wat reukwater waste. Na een korte poos sprak 2449 II| prima kwaliteit was, dat wasten zij die snuiters eens flink 2450 IV| Ascyltos van schrik in het waterbassin viel. En ook ik, die al 2451 II| onder de begeleiding van een waterorgel een schijngevecht levert. 2452 II| Dan verdiende die oude waterpot eerder om door de stier 2453 IV| Niemand bewijst je een wederdienst. Je bezit uitgestrekte landerijen. 2454 IV| Groenen" bij de aanstaande wedrennen de eerste prijs zouden winnen.~ 2455 IV| van mijn jeugd af als een weeldepop), stierf de lievelingsslaaf 2456 Inl| hoogste punt van schoonheid of weelderigheid bereikt had, tenzij Petronius 2457 III| stad, Romein, gaat aan haar weeldezucht te loor.~ Voor úwe tongen 2458 IV| Habinnas weende, en eindelijk weenden alle slaven, van wier jammerklachten 2459 IV| zitten, opende hij, door het weergalmen van de badkamer tot zingen 2460 I| zorgvuldig met bovenschriften weergegeven, hoe hij had leren rekenen, 2461 IV| jammerklachten de hele zaal weerklonk, alsof zij bij een begrafenis 2462 I| zwarte olijven bevatte. Aan weerszijden van de ezel stonden twee 2463 IV| begreep ik, dat de man een weerwolf was, en van dat ogenblik 2464 IV| raakt gauw aan 't koken; wees jij nu wijzer dan hij. In 2465 IV| pond moeten haar sieraden wegen. Toch heb ik zelf nog een 2466 II| In de Maagd vrouwen en weggelopen en geboeide slaven; onder 2467 I| door een zingend koor snel weggeruimd. Daar bij deze drukte een 2468 I| Bijna had ik het mijne weggeworpen, want er scheen me een reeds 2469 IV| onderkleed boven haar knieën wegschoof. Daarop wierp zij zich aan 2470 III| poten loopt,~ Die 's winters wegtrekt, en de zoele lente brengt -~ 2471 IV| huisdeur weer en gingen aan het wek, maar toen de moeder het 2472 I| dadelijk weten, aan wie u die weldaad bewezen hebt. De wijn van 2473 II| enkele goed zijn; je werpt je weldaden in het water. Maar een oude 2474 IV| haar schoonheid, of uit wellust, maar meer omdat ze zo'n 2475 II| was hem niet goed genoeg: welnu, hij liet rammen uit Tarente 2476 I| douche. Trimalchio, die met welriekend water overgoten was, liet 2477 III| vind dat de eerste meer welsprekend was, en dat de laatste meer 2478 IV| tegen haar wang, waarop zij wenend en steunend haar gezicht 2479 II| de handen te klappen en wensten Gaius geluk. De kok werd 2480 Inl| wel 't hoogste, dat in de wereldliteratuur op 't gebied van realistische 2481 I| van goud scheen, maar in werkelijkheid met vele daaraan vastgesoldeerde 2482 I| onder 't spelen de taal van werklui van 't onderste kaliber 2483 II| iedere dag een bad. Het bad werkt net als een wolkammer, ' 2484 IV| een zakje onder het volk werp; want je weet, dat ik openbare 2485 I| het weer op de grond te werpen. Dadelijk daarna kwam een 2486 II| geen enkele goed zijn; je werpt je weldaden in het water. 2487 I| dat de ledematen en de wervels buigzaam waren en naar alle 2488 II| en hem verteld, dat de wezel ze opgegeten had. Maar toen 2489 II| van langs". 't Waren echte wezels. ,,Toch heb ik jullie een 2490 IV| geval is, in zijn tamelijk wijde schort allerlei boomvruchten 2491 IV| Tenslotte hadden wij zachte wijnkaas met mostsap, een alikruik 2492 II| ging een mooi knaapje met wijnloof en klimop bekransd, die 2493 II| pech", maar de eerste wijnoogst bracht hem er boven op; 2494 IV| vruchtbomen om mijn as hebben en wijnstokken, met kwistige hand geplant, 2495 IV| van diezelfde olie in het wijnvat en in de lampen.~ Reeds 2496 IV| nagelaten en toch nooit een wijsgeer gehoord. 't Ga u goed." - ,, 2497 IV| Reeds was hij op het punt de wijsgeren onder de duiven te schieten, 2498 IV| werd aangeboden. ,,Late wijsheid en smaad": zoute hardgebakken 2499 IV| aan 't koken; wees jij nu wijzer dan hij. In deze soort dingen 2500 IV| dik hondje in een groen windsel wikkelde; vervolgens legde 2501 IV| wedrennen de eerste prijs zouden winnen.~ Verheugd over deze weddenschap 2502 IV| tweede Geluksman, en de derde Winstman heette. Daarop bracht men 2503 III| tere poten loopt,~ Die 's winters wegtrekt, en de zoele lente 2504 IV| gehoorzamen. Ik heb geen wiskunde, geen kritiek en andere 2505 IV| lobbes die ik ben, wilde niet wispelturig schijnen en dreef me zelf 2506 II| daad, en babbelden over de wisselvalligheid van 't menselijk leven.~ ,, 2507 II| ragout en andere dergelijke wissewasjes kan de eerste de beste boer 2508 IV| dapperheid zelf was. Hij had een woedende stier wel kunnen optillen. 2509 II| meer zijn. De velden liggen woest ..."~ ,,Spreek, als 't je 2510 IV| Rondom lagen erwten en wolfsbonen, noten naar believen, en 2511 III| naakt te zien zijn door een wolk van dunne stof?~ ~ 2512 II| Het bad werkt net als een wolkammer, 't heeft tanden, die aan 2513 II| de zijde: en ziet, uit de wonde vlogen lijsters te voorschijn. 2514 II| begonnen bij 't zien van dit wonder in de handen te klappen 2515 IV| gekund, als niet een veel wonderlijker schotel gemaakt had, dat 2516 II| waarin de twaalf Goden wonen, kan even zo veel gedaanten 2517 I| minder dan een half pond woog, en daarmee maakten wij 2518 IV| Toen ik nog een slaaf was, woonden wij in een nauw straatje; 2519 Inl| vermogen te pochen. Trimalchio woont in een half-Griekse stad 2520 IV| slap wordt, dan komen de wormen. Hij lacht maar. Wat heeft 2521 IV| eerst een zwijn, dat met worsten was behangen, daar omheen 2522 II| t iedere dag feest. Ik wou, dat wij nog die reuzenkerels 2523 II| vader kon een vliegende wouw zijn klauwen afsnijden. ' 2524 II| landerijen, zover als de wouwen maar vliegen kunnen, en 2525 Inl| alle schanddaden van de wrede tyran nauwkeurig opsomde. 2526 IV| bouillon in een pan schepte, wreef Fortunata in een bukshouten 2527 IV| zilveren wasbekken binnen, en wreven daarmede de voeten der aanliggenden, 2528 IV| vervolgens strooiden zij zaagsel, dat met saffraan en vermiljoen 2529 II| bederven de pap, en begint de zaak scheef te gaan, dan zijn 2530 IV| opeten? Tenslotte hadden wij zachte wijnkaas met mostsap, een 2531 IV| nu eens luider, dan weer zachter met een barbaarse uitspraak 2532 II| niet kan slaan, slaat 't zadel. Hoe kon nu Glycon geloven, 2533 IV| blozend gezicht in haar zakdoek.~ Enige ogenblikken daarna, 2534 IV| Iets voor diners en 't zakenleven": een stukje vlees en schrijfgereedschap. ,, 2535 IV| boek, hij heeft van zijn zakgeld een Thracische wapenuitrusting 2536 IV| terwijl ik geld uit een zakje onder het volk werp; want 2537 Inl| avonturiers met dat van zakkenrollers en zijn er steeds op uit, 2538 IV| wil worden. Haal ook de zalf en een proefje uit die kruik 2539 IV| schoothondje, kransen en zalfflesjes uitbeeldt, en verder alle 2540 IV| jonge slaven met lange haren zalfolie in een zilveren wasbekken 2541 I| men in het amphitheater zand strooit, en goten wijn over 2542 I| opvoering van een pantomime met zang inplaats van in de eetkamer 2543 IV| voor de voeten der gasten zaten, een dronk aan te bieden 2544 III| soms, dat vrouwen met die zeegeschenken aan haar hals~ In hartstocht 2545 II| haas, op de steenbok een zeekreeft, op de waterman een gans, 2546 IV| heeft zelf een villa aan het zeestrand, een erfstuk van zijn vader. 2547 IV| en het hele volk moet mij zegenen." Toen opende hij een fles 2548 IV| betekenis had, stonden wij op en zeiden: ,,De keizer, de vader des 2549 II| voet bij stuk houdt, en zelden komt. Hij heeft wel genoeg 2550 I| rentmeester Cinnamus''. Met dit zelfde opschrift was ook een dubbele 2551 IV| eigengebakken brood met zemelen, dat ik liever eet dan wittebrood, 2552 IV| ontsteld en bedekte haar zenuwachtige vriendin met een deel van 2553 IV| noemde. Het was een knaap met zere ogen , en vuile tanden, 2554 IV| zich in de richting van de zerken; ik zat een deuntje te neuriën 2555 IV| lid van de commissie der zesmannen, eigenaar van een steenhouwerswerkplaats, 2556 I| maan en de voorstelling der zeven planeten geschilderd, terwijl 2557 II| achter de rug had? Meer dan zeventig. Maar hij was ijzersterk; 2558 Inl| hoofdstuk van het 16de boek zijner Annalen een hoogst merkwaardige 2559 IV| omgaan. Daarom heeft hij zijns gelijke niet in het imiteren 2560 II| van zijn portier ligt meer zilverwerk, dan een ander zijn hele 2561 I| gerechten werden door een zingend koor snel weggeruimd. Daar 2562 IV| manwijf een toontje lager zingt. En als ik dan bedenk, dat 2563 II| hoofd en veroorzaken een zinking in het hele lichaam. Ik 2564 II| dingen, waarvan de honing 't zinnebeeld is.~ ,,Bravo," riepen wij 2565 II| overal, waar je haar niet zou zoeken. Zij drinkt niet, is matig 2566 III| winters wegtrekt, en de zoele lente brengt -~ Vindt nu 2567 IV| verklaring, dat bij iets zoets altijd iets onaangenaams 2568 II| Trimalchio te smeken: ,,Zoiets komt wel meer voor," zeide 2569 I| Geniet dus het leven, zolang als u de tijd wordt gegund."~ ~ 2570 II| biedt vanaf 1 Juli zijn zolderkamertje te huur aan, want hij heeft 2571 IV| scheen zo helder als de zon tegen de middag. Op een 2572 II| wij onze handen naar de zondering hieven, zwoeren wij, dat 2573 II| voorgesteld, hoe Cassandra haar zonen vermoordt. En de dode kinderen 2574 IV| knaap; en in het midden een zonneuurwerk, opdat ieder, die de tijd 2575 II| luidruchtige dan weer de van zorgenbevrijdende of de jubelende Bacchus 2576 IV| mooi inricht, maar niet zorgt voor de woning, waarin men 2577 IV| vampiers voorbij te snorren; je zoudt gedacht hebben, dat een 2578 IV| Late wijsheid en smaad": zoute hardgebakken broodjes en 2579 II| verdelen is? Die heet Deelman. Zovaak als Trimalchio nu ,,Deelman" 2580 IV| knieën liggend, het hoofd zóver achterover te buigen, dat 2581 IV| waarvan zij zeide, dat het zuiver goud was. Trimalchio bemerkte 2582 IV| gekost. Ik hoop dan ook in zulke omstandigheden te sterven, 2583 II| lompenkoopman. ,,Nu eens zus, dan weer zo, zei de boer, 2584 IV| Ganymedes; die hadden een zuster Helena. Agamemnon roofde 2585 IV| Dit was, als 't ware het zuurdeeg voor mijn vermogen. Wat 2586 II| maatregelen. Hij zal geen houten zwaarden laten gebruiken, maar ijzeren; 2587 II| gehad, maar nu staat hij zwak. Ik geloof, dat niet ieder 2588 IV| laatste uur geweest; 't zweet stroomde me langs mijn dijen; 2589 I| bij dit onaangename werk zwegen zij niet, maar zongen er 2590 IV| niet reeds lang van vreugde zwel, omdat je zo vriendelijk 2591 II| smakelijk maken. Vis moet zwemmen. Maar denkt ge, dat ik met 2592 IV| dronkenheid, doordat ik de zwemmer te hulp wilde komen, eveneens 2593 IV| mensen bij mijn begrafenis zweren, zowaar als 't een feit 2594 IV| wat ik bedoel, maar ik zwijg er over, want ik houd niet 2595 II| dineerde als een koning: wilde zwijnen met huid en al, gebak en 2596 II| op het forum optrad, dan zwol zijn stem tot trompetgeluid. 2597 II| stroomde, die als in een vijver zwommen. Hierop klapten wij in de


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (VA2) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2010. Content in this page is licensed under a Creative Commons License