Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dezelfde 12
dezen 1
diaken 1
die 301
diegene 1
diegenen 1
dien 3
Frequency    [«  »]
409 hij
359 zijn
321 in
301 die
301 te
284 een
256 dat
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText - Concordances

die

                                                  bold = Main text
    Chapter, Verse                                grey = Comment text
1 Prol, 3 | woorden, wie u ook moogt zijn, die afstand doet van uw eigen 2 Prol, 3 | Koning: Christus de Heer, en die daartoe de sterke en roemrijke 3 Prol, 5 | einde brengt, opdat Hij, die ons nu reeds tot zijn zonen 4 Prol, 6 | ook met zijn eigen gaven, die Hij ons geschonken heeft, 5 Prol, 7 | als een geducht meester, die door ons wangedrag geërgerd 6 Prol, 7 | straf als slechte dienaren, die Hem niet hebben willen volgen 7 Prol, 14| de Heer temidden van al die mensen wie Hij dit toeroept 8 Prol, 15| 15 "Wie is de mens, die naar het leven verlangt 9 Prol, 19| dan deze stem van de Heer, die ons uitnodigt? ~ 10 Prol, 21| Hem te mogen aanschouwen, die ons naar zijn Rijk geroepen 11 Prol, 24| broeders, naar de Heer, die ons het antwoord geeft en 12 Prol, 25| levenswandel onbevlekt is en die de gerechtigheid beoefent; ~ 13 Prol, 26| 26 die de waarheid spreekt in zijn 14 Prol, 26| waarheid spreekt in zijn hart; die met zijn tong geen bedrog 15 Prol, 27| 27 die zijn naaste geen kwaad doet, 16 Prol, 27| naaste geen kwaad doet, die niet duldt dat zijn naaste 17 Prol, 28| 28 die de arglistige duivel, als 18 Prol, 29| 29 Die de Heer vrezen en daarom 19 Prol, 29| goede levenswandel, maar die overtuigd zijn, dat zij 20 Prol, 30| 30 die daarom de Heer verheerlijken, 21 Prol, 30| daarom de Heer verheerlijken, die in hen werkt, door met de 22 Prol, 33| met een verstandig man, die zijn huis op een rots heeft 23 Prol, 39| wonen. Als wij nu ook maar die plichten van de bewoner 24 Prol, 48| niet de weg van het heil, die aanvankelijk altijd nauw 25 1, 2 | 2 De eerste soort is die van de cenobieten: dat wil 26 1, 2 | dat wil zeggen monniken die in een klooster samenleven 27 1, 3 | is er een tweede soort, die van de anachoreten: dat 28 1, 3 | zeggen kluizenaars; monniken, die niet meer door de eerste 29 1, 3 | monnikenleven gedreven worden, maar die door een lange proeftijd 30 1, 6 | slechte soort monniken, is die van de sarabaieten. Zij 31 1, 6 | beproefd door enige regel die op wijze ervaring steunt, 32 1, 8 | Heer opgesloten maar in die van henzelf. Als enige wet 33 1, 10 | de zogenaamde gyrovagen, die hun hele leven lang de verschillende 34 2, 1 | 1 Een abt die waardig is aan het hoofd 35 2, 3 | van kindschap ontvangen, die ons doet uitroepen: Abba, 36 2, 10 | de schapen overweldigen die zich niets van zijn zorgen 37 2, 18 | voorrang krijgen boven iemand die van slaaf monnik wordt, 38 2, 19 | volgens deze maatstaf. Is die reden niet aanwezig, dan 39 2, 22 | eenzelfde maatstaf gelden, die echter wel rekening houdt 40 2, 23 | houden aan de grondregel die de Apostel geeft, als hij 41 2, 26 | ook de vergrijpen van hen die in overtreding zijn niet 42 2, 33 | hij het heil van de zielen die hem zijn toevertrouwd niet 43 2, 36 | niets ontbreekt het hun, die Hem vrezen".~ 44 2, 39 | betrekking tot de schapen die hem zijn toevertrouwd. Naarmate 45 4, 32 | 32 Die ons verwensen geen kwaad 46 4, 50 | 50 Slechte gedachten die in het hart opkomen,~ onmiddellijk 47 4, 55 | luisteren naar een lezing, die onze heiliging ten goede 48 4, 58 | 58 Zich voortaan van die zonden beteren.~ 49 4, 77 | God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben".~ 50 5, 2 | moet eigen zijn aan hen die niets méér ter harte gaat 51 5, 3 | de heilige dienstbaarheid die zij publiek beloofd hebben, 52 5, 7 | 7 Zij die deze instelling bezitten, 53 5, 8 | gevolg aan het woord van hem, die hun iets beveelt. ~ 54 5, 9 | beide dingen met de snelheid die voortkomt uit de vreze Gods 55 5, 11 | Heer zegt: "Smal is de weg die naar het leven voert". ~ 56 5, 13 | doen, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft".~ 57 5, 15 | De gehoorzaamheid immers, die aan de oversten wordt bewezen, 58 5, 18 | aangenaam zijn aan God, die zijn ontevreden hart doorschouwt. ~ 59 6, 2 | vermijden omwille van de straf die op de zonde volgt. ~ 60 7, 3 | grootse dingen, niet in dingen die te wonderbaar voor mij zijn. ~ 61 7, 5 | wij snel willen komen tot die hemelse hoogte waarnaar 62 7, 6 | de opvaart van onze daden die ladder oprichten, die aan 63 7, 6 | daden die ladder oprichten, die aan Jacob in zijn droom 64 7, 8 | 8 Die overeindstaande ladder nu 65 7, 9 | 9 De stijlen van die ladder zijn - naar wij menen - 66 7, 9 | lichaam en onze ziel, en in die stijlen heeft Gods roeping 67 7, 11 | zonden hen doet branden die God verachten, en hoe anderzijds 68 7, 11 | leven is weggelegd voor hen die God vrezen. ~ 69 7, 21 | Schrift zegt: "Er zijn wegen die de mens recht toeschijnen, 70 7, 21 | recht toeschijnen, maar die uiteindelijk in het diepst 71 7, 28 | als bovendien de engelen die ons toegewezen zijn, altijd, 72 7, 30 | 30 en zou Hij, die ons nu in dit leven spaart, 73 7, 32 | doen, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft". ~ 74 7, 38 | verdragen, legt zij hun, die lijden, deze woorden in 75 7, 39 | de goddelijke vergelding die zij verhopen, voegen zij 76 7, 39 | overwinning door toedoen van Hem die ons heeft liefgehad". ~ 77 7, 43 | broeders en zullen zij zegenen die hen verwensen.~ 78 7, 44 | men alle slechte gedachten die in het hart opkomen en alle 79 7, 45 | woorden: "Openbaar de weg die gij gaat aan de Heer en 80 7, 58 | 58 en dat een man die veel spreekt zijn weg op 81 7, 62 | van nederigheid voor allen die hem zien: ~ 82 7, 65 | tollenaar het uit Evangelie, die met neergeslagen ogen sprak: " 83 7, 67 | beklommen heeft, zal hij die liefde tot God bereiken, 84 7, 67 | liefde tot God bereiken, die volmaakt is en de vrees 85 7, 69 | doen en door de vreugde die hij vindt in de deugd. ~ 86 7, 70 | zeker in zijn arbeider, die gereinigd is van fouten 87 8, 3 | 3 De tijd die na de nachtgetijden overschiet, 88 8, 3 | wordt door de broeders die nog iets uit het boek van 89 8, 3 | lessen moeten leren voor die studie gebruikt.~ 90 8, 4 | door de ochtendgetijden, die bij het aanbreken van de 91 9, 1 | In de winter, zoals wij die hierboven omschreven hebben, 92 9, 6 | na de derde les zingt hij die voorzingt het "Eer aan de 93 9, 8 | rechtgelovige katholieke Vaders die hebben gegeven.~ 94 9, 9 | volgen de andere zes psalmen, die met Alleluia gezongen worden. ~ 95 9, 10 | volgt een les uit de Apostel die uit het hoofd wordt opgezegd, 96 10, 2 | maar wordt in plaats van die drie lessen er één uit het 97 10, 2 | uit het hoofd opgezegd, die dan gevolgd wordt door een 98 11, 6 | kantieken uit de profeten, die de abt heeft aangewezen. 99 11, 9 | 9 Zodra die geheel gezongen is, leest 100 11, 10 | 10 Als die geëindigd is, antwoorden 101 12, 4 | één les uit de Apocalyps, die uit het hoofd wordt opgezegd 102 13, 2 | kunnen komen voor psalm 50 die met antifoon gezongen wordt. ~ 103 13, 10 | Profeten zoals de kerk van Rome die zingt. ~ 104 13, 11 | daarna één les uit de Apostel die uit het hoofd wordt opgezegd, 105 13, 12 | de doornen van tweedracht die telkens weer de kop opsteken. ~ 106 13, 13 | gehouden door de overeenkomst die zij aangaan in dit gebed 107 14, 2 | antifonen en lessen gezongen die eigen zijn aan die dag. 108 14, 2 | gezongen die eigen zijn aan die dag. Maar men houdt zich 109 14, 2 | de orde van dienst zoals die boven omschreven is.~ ~ ~ 110 17, 10 | Kyrie eleison, en de zegen die het slot vormt.~ ~ ~ 111 18, 6 | 6 Op die manier kan men de nachtgetijden 112 18, 7 | telkens drie in elk van die uren. ~ 113 18, 10 | 10 Deze psalmen worden in die uren tot aan de zondag telkens 114 18, 10 | lessen en verzen voor al die dagen dezelfde. ~ 115 18, 14 | 14 met uitzondering van die welke voorbehouden zijn 116 18, 20 | van de dag. Alle psalmen die overblijven worden gelijkmatig 117 18, 21 | maar , dat de langste van die psalmen gedeeld worden en 118 18, 22 | hij dan een andere maken die hij beter oordeelt, ~ 119 18, 24 | hebben tonen zich monniken, die in de loop van een week 120 21, 5 | iemand zou blijken te zijn, die zich door een of andere 121 21, 6 | ambt ontzet, en een ander, die het wel waardig is, wordt 122 22, 3 | gezelschap van de ouderlingen, die met de zorg over hen belast 123 23, 4 | hij tenminste beseft wat die straf betekent, uitgesloten 124 25, 1 | De broeder daarentegen, die zich aan een ernstig vergrijp 125 26 | Hoofdstuk 26 OVER DEGENEN DIE ZICH ZONDER OPDRACHT INLATEN 126 26 | OPDRACHT INLATEN MET HEN DIE IN DE BAN ZIJN~ ~ 127 26, 1 | te laten met een broeder die in de ban is of met hem 128 27 | BEZORGD MOET ZIJN VOOR HEN DIE IN DE BAN ZIJN~ ~ 129 27, 1 | besteden aan de broeders die misdoen, omdat "niet de 130 27, 3 | 3 die de wankele broeder als het 131 27, 5 | geen enkel van de schapen, die hem zijn toevertrouwd te 132 27, 8 | de goede Herder navolgen, die negen-en-negentig schapen 133 28 | Hoofdstuk 28 OVER HEN DIE HERHAALDELIJK GESTRAFT ZIJN 134 28, 5 | 5 opdat de Heer die alles vermag, de genezing 135 29 | Hoofdstuk 29 OF BROEDERS DIE UIT HET KLOOSTER ZIJN HEENGEGAAN 136 29, 1 | 1 Een broeder, die uit eigen schuld heengaat 137 29, 1 | zal beteren van de fout die zijn weggaan veroorzaakt 138 30, 2 | of jonge monniken of zij, die niet in staat zijn in te 139 31, 1 | uit de gemeente gekozen, die wijs is, rijp van karakter, 140 31, 12 | maar ook geen verkwister die het bezit van het klooster 141 31, 15 | niet inlaten met zaken, die hem verboden zijn. ~ 142 31, 16 | geven, indachtig de straf die volgens een woord van God 143 31, 16 | woord van God hij verdient "die reden tot ontevredenheid 144 31, 17 | hulp, zodat ook hijzelf met die bijstand gelijkmoedig de 145 31, 17 | gelijkmoedig de taak kan vervullen, die hem is toevertrouwd.~ 146 32, 2 | bewaren en opbergen van al die dingen. ~ 147 32, 3 | als de broeders elkaar in die taken aflossen. ~ 148 34, 4 | groot op de barmhartigheid (die men hem betoont). ~ 149 35 | Hoofdstuk 35 OVER HEN DIE DE WEEKBEURT HEBBEN IN DE 150 35, 5 | keukendienst; en eveneens zij, die zoals we gezegd hebben belangrijke 151 35, 9 | allen verrichten zowel hij die zijn week beëindigt als 152 35, 9 | zijn week beëindigt als hij die zijn week begint. ~ 153 35, 10 | 10 De voorwerpen die hij voor zijn werk gekregen 154 35, 11 | wijst ze weer toe aan hem die de nieuwe week ingaat: zo 155 35, 12 | 12 Zij die de weekbeurt hebben, krijgen, 156 35, 15 | 15 Zij die hun week beginnen en zij 157 35, 15 | hun week beginnen en zij die haar beëindigen werpen zich ' 158 35, 16 | 16 Hij die zijn week beëindigt zegt 159 35, 16 | Gezegend zijt Gij, God en Heer, die mij hebt bijgestaan en geholpen".~ 160 35, 17 | 17 Als hij die de week beëindigt dit vers 161 35, 17 | ontvangen heeft, volgt hij die zijn week begint en zegt: " 162 36 | Hoofdstuk 36 OVER DE BROEDERS DIE ZIEK ZIJN~ ~ 163 36, 7 | met een ziekenverpleger die godvrezend is, dienstvaardig 164 37, 1 | zijn voor deze leeftijden, die van de bejaarden namelijk 165 37, 1 | de bejaarden namelijk en die van de kinderen, toch moet 166 38, 1 | niet de eerste de beste, die zich van het boek meester 167 38, 1 | aanmerking, maar iemand die opdracht heeft om gedurende 168 38, 2 | 2 Die zijn week ingaat vraagt 169 38, 5 | stem gehoord wordt buiten die van de lezer. ~ 170 38, 10 | 10 De broeder die de week heeft om te lezen, 171 38, 11 | maaltijd met de broeders die in de keuken en aan tafel 172 38, 12 | af, maar alleen diegenen die in staat zijn hun toehoorders 173 39, 1 | de dagelijks maaltijd, of die nu op het zesde of het negende 174 39, 2 | 2 zodat iemand die misschien van het ene niet 175 39, 11 | viervoeters, behalve de zieken die erg zwak zijn.~ ~ ~ 176 40, 1 | gekregen, de ene deze, de ander die", ~ 177 40, 4 | er zich van te onthouden, die mogen rekenen op een bijzonder 178 40, 5 | beoordeling toe aan de overste, die echter altijd moet toezien, 179 40, 8 | helemaal niets, moeten zij die er wonen God zegenen en 180 42, 7 | langere lezing voegt ieder, die nog bezig was met een opgedragen 181 43 | Hoofdstuk 43 OVER DEGENEN DIE BIJ HET WERK GODS OF AAN 182 43, 4 | daarom willen wij, dat die heel slepend en traag gezongen 183 43, 5 | de afzonderlijke plaats die de abt voor dit soort nalatigen 184 43, 8 | blijven, is er wellicht iemand die weer naar bed gaat en slaapt, 185 43, 10 | Vader" van de eerste psalm die na het vers gezongen wordt, 186 43, 10 | het vers gezongen wordt, die moeten overeenkomstig het 187 43, 11 | het koor voegen van hen die de psalmen zingen, totdat 188 43, 17 | Dezelfde straf ondergaat hij, die niet aanwezig is bij het 189 44 | Hoofdstuk 44 HOE DEGENEN DIE VAN DE GEMEENSCHAP UITGESLOTEN 190 44, 1 | 1 Hij die voor ernstige vergrijpen 191 44, 2 | liggen voor de voeten van hen die de bidplaats verlaten. ~ 192 44, 5 | in het koor op de plaats die de abt heeft vastgesteld; ~ 193 45 | Hoofdstuk 45 OVER DEGENEN DIE FOUTEN MAKEN IN HET KOOR~ ~ 194 46 | Hoofdstuk 46 OVER DEGENEN DIE OP WELK ANDER GEBIED OOK 195 46, 5 | een zonde in de ziel gaat die uiteraard verborgen is, 196 46, 5 | uiteraard verborgen is, moet hij die alleen voor de abt blootleggen 197 46, 5 | de geestelijke vaders, 6 die weet hoe hij zijn eigen 198 47, 1 | met deze zorg een broeder, die zo plichtsgetrouw is dat 199 47, 2 | rangorde door hen ingezet die hiermee belast zijn. ~ 200 47, 3 | alleen gebeuren door hem die in staat is zich van die 201 47, 3 | die in staat is zich van die taak zo te kwijten, dat 202 47, 4 | eerbied, en enkel door hem die de abt ermee belast heeft.~ ~ ~ 203 48, 2 | 2 Wij menen dan ook die beide bezigheden op de juiste 204 48, 18 | een lusteloze broeder is, die de tijd doorbrengt met niets 205 48, 18 | lezing bezig te houden, en die zodoende niet alleen zichzelf 206 48, 20 | vastgestelde berisping op een wijze die de anderen vrees inboezemt. ~ 207 48, 21 | een andere broeder op uren die daar niet voor bestemd zijn.~ 208 48, 22 | aan lezing, behalve zij die met de verschillende diensten 209 49, 2 | wij de monnik aan om in die dagen van de veertigdaagse 210 49, 5 | toevoegen aan de gewone dagtaak die wij al verschuldigd zijn: 211 49, 6 | 6 Op die manier kan ieder uit eigen 212 50 | Hoofdstuk 50 OVER BROEDERS DIE VER VAN DE BIDPLAATS HUN 213 50 | BIDPLAATS HUN WERK HEBBEN OF DIE OP REIS ZIJN~ ~ 214 50, 1 | 1 Broeders, die heel ver weg aan het werk 215 50, 4 | 4 Eveneens mogen zij die op reis gestuurd worden 216 50, 4 | overslaan, maar zij moeten die voor zichzelf bidden zo 217 51 | Hoofdstuk 51 OVER DE BROEDERS DIE NIET VER WEG GAAN~ ~ 218 51, 1 | 1 Een broeder, die voor een of andere boodschap 219 52, 3 | 3 zodat een broeder die misschien in afzondering 220 53, 1 | 1 Alle gasten die aankomen moeten worden ontvangen 221 53, 2 | ieder wordt de eer bewezen die men hem verschuldigd is, 222 53, 6 | opzichte van alle gasten die komen of vertrekken.~ 223 53, 7 | hen aanbidden, zoals men die ook in hen ontvangt.~ 224 53, 10 | een voorname vastendag is die niet geschonden mag worden; ~ 225 53, 16 | afzonderlijke keuken, zodat gasten die onverwachts in het klooster 226 53, 17 | 17 Twee broeders die vakbekwaam zijn, worden 227 53, 18 | hulp nodig dan wordt hun die gegeven, zodat zij zonder 228 53, 20 | hulp nodig dan krijgt men die, heeft men daarentegen niets 229 54, 5 | 5 Iemand die anders durft te handelen, 230 55, 1 | verschaft de broeders kleren die aangepast zijn aan de gesteldheid 231 55, 7 | te krijgen zijn of dingen die goedkoop kunnen worden aangeschaft. ~ 232 55, 8 | niet te kort zijn voor hen die ze dragen, maar goed op 233 55, 13 | 13 Zij die op reis gestuurd worden 234 55, 13 | de kleerkamer een broek, die ze daar bij hun thuiskomst 235 55, 14 | moeten wat beter zijn dan die ze gewoonlijk dragen. Zij 236 55, 14 | gewoonlijk dragen. Zij krijgen die uit de kleerkamer bij hun 237 55, 16 | dingen in kunnen bevinden die men zich heeft toegeëigend. ~ 238 56, 2 | zijn, staat het hem vrij die broeders uit te nodigen, 239 56, 2 | broeders uit te nodigen, die hij zelf verkiest. ~ 240 57, 5 | Saphira, om niet de dood die hen in het lichaam trof, ~ 241 57, 6 | ondergaan, zij en allen die enig bedrog plegen met het 242 58, 6 | wordt een ouderling belast die de kunst verstaat hun zielen 243 58, 6 | hun zielen te winnen en die zeer nauwkeurig op hen let. ~ 244 58, 15 | Regel bepaalt, dat hij van die dag af het klooster niet 245 58, 23 | gebed te vragen: en van die dag af wordt hij beschouwd 246 58, 25 | weet immers, dat hij van die dag af zelfs niet meer zal 247 58, 27 | 27 De kleren die men hem heeft uitgetrokken 248 58, 29 | 29 Maar de oorkonde, die de abt van het altaar heeft 249 59 | VAN AANZIENLIJKEN OF ARMEN DIE WORDEN OPGEDRAGEN~ ~ 250 59, 1 | opdragen in het klooster en die jongen is nog minderjarig, 251 59, 5 | schenking van de goederen die zij aan het klooster willen 252 59, 6 | 6 Op die manier moeten alle wegen 253 59, 6 | aan bezit meer overblijft, die hem zou kunnen misleiden 254 59, 7 | 7 Zij die minder vermogend zijn gaan 255 59, 8 | 8 Zij die daarentegen helemaal niets 256 60 | Hoofdstuk 60 OVER PRIESTERS, DIE IN HET KLOOSTER ZOUDEN WILLEN 257 60, 7 | neemt hij de plaats in, die hem volgens zijn intrede 258 60, 7 | klooster toekomt, en niet die welke hem uit eerbied voor 259 61, 2 | de plaatselijke gebruiken die hij aantreft en geen stoornis 260 62, 1 | onder de zijnen iemand uit die waardig is het priesterschap 261 62, 7 | houden heeft aan de regeling die voor de dekenen en de prioren 262 62, 11 | hardnekkigheid toch wel van die aard zijn, dat hij zich 263 63, 1 | het klooster de rangorde die bepaald wordt door hen moment 264 63, 4 | 4 In de volgorde die hij vaststelt of die de 265 63, 4 | volgorde die hij vaststelt of die de broeders zelf al hadden 266 63, 7 | rang heeft aangewezen of die hij om bepaalde redenen 267 63, 7 | behouden allen de rang die hun volgens hun intrede 268 63, 8 | hij jonger is dan degene die op het eerste uur gekomen 269 63, 13 | 13 De abt, die als vertegenwoordiger van 270 64, 1 | ofwel hij wordt aangesteld, die de hele gemeente, geleid 271 64, 1 | gekozen heeft; ofwel hij, die slechts door een gedeelte 272 64, 3 | eenstemmig iemand kiezen, die het eens is met haar wangedrag, ~ 273 64, 4 | bisschop in wiens bisdom die plaats ligt, of aan de abten 274 64, 7 | 7 Degene die tot abt is aangesteld moet 275 64, 14 | liefde uitroeien op een wijze die hem - zoals we reeds gezegd 276 64, 17 | bevelen, en of de opdracht die hij geeft op de goddelijke 277 64, 18 | gematigdheid van de heilige Jacob, die zeide: "Als ik mijn kudde 278 64, 19 | voorbeelden van gematigdheid, die de moeder der deugden is, 279 64, 21 | goede knecht te horen kreeg, die op tijd de tarwe aan zijn 280 65, 2 | 2 Er zijn er inderdaad, die door een kwaadaardige geest 281 65, 3 | bisschop en dezelfde abten, die ook de abt aanstellen. ~ 282 65, 8 | hun eigen zielen, zolang die tweedracht duurt, gevaar 283 65, 10 | allereerste plaats bij hen die een dergelijke wantoestand 284 65, 15 | diegene tot zijn prior, die hij met de raad van godvrezende 285 65, 20 | prior en wordt een ander, die dat waardig is, in zijn 286 66, 1 | wijze monnik geplaatst, die in staat is een boodschap 287 66, 1 | en antwoord te geven, en die bezadigd genoeg is om niet 288 66, 4 | volmaakte zachtmoedigheid, die uit de vreze Gods voortkomt, 289 67 | Hoofdstuk 67 OVER DE BROEDERS DIE OP REIS GESTUURD ZIJN~ ~ 290 67, 1 | 1 Broeders, die op het punt staan op reis 291 67, 7 | Hetzelfde geldt voor hem, die het waagt om het slot van 292 68, 4 | 4 Als na die uiteenzetting de overste 293 70, 3 | 3 Die hiertegen misdoen krijgen 294 71, 8 | neerwerpen en zo lang in die houding blijven om voldoening 295 71, 8 | voldoening te geven, tot die verstoordheid door een zegen 296 72 | Hoofdstuk 72 OVER DE GOEDE IJVER DIE DE MONNIKEN MOET BEZIELEN~ ~ 297 72, 1 | vrucht van verbittering -, die van God verwijdert en naar 298 72, 2 | er ook een goede ijver, die van de ondeugd verwijdert 299 72, 12 | 12 die ons allen tezamen tot het 300 73, 8 | 8 Wie u dan ook bent, u die met zoveel haast op weg 301 73, 9 | u onder Gods bescherming die hogere toppen van wijsheid


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License