Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
inzetten 1
inzicht 4
inzichten 1
is 201
jaag 1
jaar 4
jacob 2
Frequency    [«  »]
224 met
216 aan
206 op
201 is
183 voor
171 of
156 moet
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText - Concordances

is

                                                   bold = Main text
    Chapter, Verse                                 grey = Comment text
1 Prol, 7 | 7 of wat nog erger is: als een geducht meester, 2 Prol, 7 | door ons wangedrag geërgerd is, zou Hij ons kunnen overleveren 3 Prol, 8 | woord van de Schrift: "Het is tijd voor ons om op te staan 4 Prol, 15| 15 "Wie is de mens, die naar het leven 5 Prol, 19| 19 Wat is er aanlokkelijker voor ons, 6 Prol, 25| wiens levenswandel onbevlekt is en die de gerechtigheid 7 Prol, 29| tot het goede, dat in hen is, niet uit eigen kracht in 8 Prol, 43| wij thans, nu er nog tijd is en wij nog in dit lichaam 9 Prol, 43| en nu het nog mogelijk is om dit alles bij het licht 10 Prol, 46| moeilijk, niets dat te zwaar is. ~ 11 Prol, 48| aanvankelijk altijd nauw is. ~ 12 1, 2 | 2 De eerste soort is die van de cenobieten: dat 13 1, 3 | 3 Vervolgens is er een tweede soort, die 14 1, 6 | slechte soort monniken, is die van de sarabaieten. 15 1, 7 | de wereld trouw blijven is hun kruinschering een kennelijke 16 2, 1 | 1 Een abt die waardig is aan het hoofd te staan van 17 2, 8 | 8 Anderzijds is eveneens waar, dat de herder 18 2, 12 | hun al wat goed en heilig is meer nog met daden dan met 19 2, 18 | gegronde reden aanwezig is. ~ 20 2, 19 | gronden, dat dat inderdaad zo is, dan handele hij, ook bij 21 2, 19 | volgens deze maatstaf. Is die reden niet aanwezig, 22 2, 20 | 20 want "of men nu slaaf is of vrije man, allen zijn 23 2, 21 | verschillend beoordeeld worden, is, of wij beter blijken te 24 2, 28 | geschreven staat: "De dwaas is met woorden niet te verbeteren", ~ 25 2, 30 | de abt bedenken wat hij is, bedenken hoe men hem noemt, 26 2, 30 | dat van hem, wien meer is toevertrouwd, meer wordt 27 2, 39 | hij dan ook nauwgezetter is waar het de verantwoording 28 3, 3 | bijeengeroepen moeten worden, is, dat de Heer vaak aan een 29 3, 3 | openbaart wat het beste is. ~ 30 4, 62 | willen heten voor men het is, maar het eerst zijn, om 31 4, 78 | met toeleg moeten doen, is de beslotenheid van het 32 5, 1 | eerste trap van nederigheid is gehoorzaamheid zonder dralen. ~ 33 5, 8 | werk, ook als het niet af is, liggen en geven op staande 34 5, 10 | 10 Het is het verlangen om voort te 35 5, 11 | waarvan de Heer zegt: "Smal is de weg die naar het leven 36 5, 18 | al doet hij wat bevolen is, dit toch niet aangenaam 37 6, 6 | Spreken en onderrichten is trouwens de taak van de 38 7, 2 | zelfverheffing een vorm van hoogmoed is. ~ 39 7, 3 | hij zegt: "Heer, mijn hart is niet hoogmoedig, mijn ogen 40 7, 6 | in zijn droom verschenen is en waarlangs hij engelen 41 7, 8 | overeindstaande ladder nu is ons leven hier op aarde; 42 7, 8 | zal, als ons hart nederig is geworden, door de Heer naar 43 7, 10 | ten zeerste op zijn hoede is voor de vergetelheid~ 44 7, 11 | anderzijds het eeuwig leven is weggelegd voor hen die God 45 7, 14 | dat God altijd aanwezig is in het binnenste van onze 46 7, 22 | over de nalatigen gezegd is: "Zij zijn bedorven en afstotelijk 47 7, 23 | altijd bij ons tegenwoordig is, omdat de profeet tot de 48 7, 27 | zien, of er een verstandig is en God zoekt, ~ 49 7, 30 | spaart, omdat Hij barmhartig is en wacht of wij niet tot 50 7, 31 | hierin, dat men niet gehecht is aan zijn eigen wil en er 51 7, 34 | wie de Apostel zegt: "Hij is gehoorzaam geworden tot 52 7, 46 | schuld voor de Heer, want Hij is goed, want zijn barmhartigheid 53 7, 46 | want zijn barmhartigheid is eindeloos". ~ 54 7, 49 | allergeringste tevreden is en zich bij alles wat men 55 7, 51 | hier diep van overtuigd is. ~ 56 7, 54 | 54 En verder: "Het is goed voor mij, dat Gij mij 57 7, 57 | zonde niet te vermijden is, ~ 58 7, 62 | enkel in zijn hart nederig is, maar dat ook zijn hele 59 7, 62 | lichaamshouding een uitdrukking is van nederigheid voor allen 60 7, 64 | 64 Steeds is hij zich de schuld van zijn 61 7, 64 | van zijn zonden bewust en is het hem alsof hij reeds 62 7, 67 | God bereiken, die volmaakt is en de vrees buitensluit. ~ 63 7, 70 | arbeider, die gereinigd is van fouten en zonden, door 64 8, 2 | bij het opstaan dus goed is uitgerust. ~ 65 9, 5 | zijn en het vers gezongen is, spreekt de abt de zegen 66 10, 1 | aantal psalmen, dat hierboven is vastgesteld, aanhouden; ~ 67 10, 3 | plaats zoals reeds gezegd is. Dat wil dus zeggen, dat 68 11, 7 | Als ook het vers gezongen is en de abt heeft de zegen 69 11, 9 | Zodra die geheel gezongen is, leest de abt de les uit 70 11, 10 | 10 Als die geëindigd is, antwoorden allen: "Amen", 71 11, 13 | door wiens nalatigheid het is voorgevallen, daarvoor op 72 13, 11 | Evangelie, de litanie en dat is het besluit.~ 73 14, 2 | zoals die boven omschreven is.~ ~ ~ 74 17, 6 | gemeenschap wat talrijker is zingt men de psalmen met 75 17, 6 | daarentegen gering in aantal is, worden ze aan één stuk 76 18, 17 | wordt, omdat hij maar kort is, bij psalm 115 gevoegd.~ 77 18, 18 | 18 Dat is dan de volgorde van de vesperpsalmen: 78 18, 20 | 20 Dit is dan de regeling van het 79 19, 1 | God overal tegenwoordig is, en dat "de ogen van de 80 19, 7 | dat ons hart in harmonie is met onze stem.~ ~ ~ 81 21, 1 | Als de gemeente talrijk is, worden uit haar midden 82 21, 6 | ander, die het wel waardig is, wordt in zijn plaats aangesteld. ~ 83 22, 2 | dat in overeenstemming is met de eisen van het monniksleven. ~ 84 22, 3 | 3 Als het mogelijk is, slapen allen in hetzelfde 85 23, 1 | hoogmoedig of ontevreden is, of als hij verzet pleegt 86 23, 5 | daarentegen onhandelbaar is, worden lijfstraffen op 87 24, 4 | van de deelname aan tafel is uitgesloten heeft zich aan 88 25, 3 | zijn bij het werk dat hem is opgedragen, volhardend in 89 26, 1 | een broeder die in de ban is of met hem durft spreken 90 28, 1 | voor een vergrijp gestraft is en zich zelfs na in de ban 91 30, 2 | welk een zware straf de ban is, ~ 92 31, 1 | gemeente gekozen, die wijs is, rijp van karakter, sober 93 31, 10 | aan de altaardienst gewijd is. ~ 94 31, 14 | geschreven staat: "Een goed woord is meer waard dan de beste 95 31, 15 | de abt hem belast heeft, is aan zijn zorg toevertrouwd; 96 31, 17 | Als de gemeente talrijk is, krijgt hij hulp, zodat 97 31, 17 | taak kan vervullen, die hem is toevertrouwd.~ 98 35, 1 | keukendienst, tenzij hij ziek is of in beslag genomen door 99 35, 2 | 2 Want dit is een bron van rijke beloning 100 35, 5 | Als de gemeente talrijk is, wordt de kellenaar vrijgesteld 101 35, 12 | als er maar één maaltijd is, van te voren buiten het 102 36, 7 | ziekenverpleger die godvrezend is, dienstvaardig en zorgzaam. ~ 103 36, 8 | worden, zo vaak dit nodig is; de gezonden, vooral als 104 36, 10 | verwaarloosd, want persoonlijk is hij aansprakelijk voor alle 105 37, 1 | van nature reeds geneigd is om milder te zijn voor deze 106 39, 4 | pond brood, ruim gewogen, is per dag voldoende, zowel 107 39, 4 | wanneer er één maaltijd is, als wanneer er middagmaal 108 39, 4 | middagmaal en avondmaal is. ~ 109 39, 5 | een dag dat er avondmaal is, bewaart de kellenaar een 110 39, 6 | bijzonder zwaar werk geweest is, wordt aan het oordeel en 111 39, 8 | 8 want niets is zo strijdig met wat van 112 40, 3 | dag voor elkeen voldoende is. ~ 113 40, 6 | vandaag de dag onmogelijk is de monniken daarvan te overtuigen, 114 40, 8 | hoeveelheid niet te krijgen is, maar veel minder of helemaal 115 41, 4 | werk op het land te doen is of wanneer de hitte van 116 41, 4 | hitte van de zomer hevig is. Het komt aan de abt toe 117 41, 9 | jaar, of er apart avondmaal is of slechts één maaltijd, 118 42, 2 | gelang het een vastendag is of een dag met middagmaal 119 42, 5 | daarentegen een vastendag is, gaan zij, zodra de vespers 120 42, 8 | Completen geëindigd zijn is het niemand meer toegestaan 121 43, 6 | het werk Gods geëindigd is moet hij door een openlijke 122 43, 7 | plaats moeten gaan staan, is dat zij zich, omdat zij 123 43, 8 | bidplaats zouden blijven, is er wellicht iemand die weer 124 43, 10 | werk Gods nog niet aanwezig is na het vers en het "Eer 125 43, 13 | niet vóór het vers aanwezig is - want allen moeten samen 126 43, 14 | nalatigheid of schuld niet op tijd is, krijgt hiervoor tot tweemaal 127 43, 17 | ondergaat hij, die niet aanwezig is bij het vers dat na tafel 128 44, 1 | van het koor en van tafel is uitgesloten, moet, telkens 129 44, 10 | zegen geeft en zegt: "Dit is genoeg".~ ~ ~ 130 46, 5 | die uiteraard verborgen is, moet hij die alleen voor 131 47, 1 | broeder, die zo plichtsgetrouw is dat alles op de juiste uren 132 47, 3 | gebeuren door hem die in staat is zich van die taak zo te 133 48, 1 | 1 Ledigheid is de vijand van de ziel; en 134 48, 6 | zij opnieuw wat er te doen is tot aan de vespers. ~ 135 48, 7 | hun armoede van dien aard is, dat de broeders zelf de 136 48, 18 | misschien een lusteloze broeder is, die de tijd doorbrengt 137 48, 23 | onverschillig of lusteloos is, dat hij niet wil of niet 138 48, 23 | hij niet zonder bezigheid is.~ 139 48, 24 | maken dat van dien aard is, dat ze niet ledig zijn 140 49, 7 | verlangen, dat uit de Geest is, uitzien naar het heilig 141 50, 2 | uit of dit inderdaad zo is -, ~ 142 52, 2 | het Werk Gods geëindigd is, gaan allen in de grootste 143 52, 5 | het werk Gods geëindigd is, zich niet in de bidplaats 144 52, 5 | bidplaats ophouden, zoals gezegd is, opdat een ander niet gestoord 145 53, 2 | die men hem verschuldigd is, maar heel in het bijzonder 146 53, 10 | juist een voorname vastendag is die niet geschonden mag 147 53, 19 | in het klooster te doen is: ~ 148 53, 21 | broeder, wiens ziel vervuld is van de vreze Gods, wordt 149 54, 1 | 1 Het is een monnik beslist niet 150 54, 2 | voordat de abt ervan in kennis is gesteld. ~ 151 55, 10 | 10 Want het is voldoende dat een monnik 152 55, 11 | Alles wat men méér heeft, is overdaad en moet verwijderd 153 55, 12 | kousen en alles wat versleten is leveren de broeders in, 154 55, 15 | 15 Als beddegoed is voldoende een mat, een wollen 155 57, 2 | iemand van hen verwaand is op zijn vakkennis, omdat 156 58, 10 | 10 en zegt men hem: "Dit is de wet, waaronder je wil 157 58, 28 | ooit - wat niet te hopen is - zou ingaan op de inblazingen 158 59, 1 | het klooster en die jongen is nog minderjarig, dan maken 159 60, 5 | van de Regel onderworpen is; maar veeleer moet hij aan 160 60, 6 | er in het klooster sprake is van een benoeming of een 161 60, 7 | eerbied voor het priesterschap is afgestaan. ~ 162 61, 3 | maar eenvoudigweg tevreden is met wat hij aantreft, wordt 163 61, 6 | verblijf als gast gebleken is, dat hij veeleisend is of 164 61, 6 | gebleken is, dat hij veeleisend is of behept met ondeugden, 165 61, 8 | 8 Maar als hij niet zo is dat men hem de deur moet 166 61, 10 | omdat men overal dienaar is van dezelfde Heer, soldaat 167 61, 13 | klooster dat hem bekend is voorgoed in het zijne op 168 62, 1 | zijnen iemand uit die waardig is het priesterschap uit te 169 62, 7 | de dekenen en de prioren is vastgesteld. ~ 170 63, 8 | van de dag in het klooster is aangekomen, moet hij weten 171 63, 8 | hij weten dat hij jonger is dan degene die op het eerste 172 63, 8 | op het eerste uur gekomen is, welke leeftijd of waardigheid 173 63, 14 | hij zulk een eer waardig is. ~ 174 64, 1 | met beter inzicht, gekozen is. ~ 175 64, 3 | iemand kiezen, die het eens is met haar wangedrag, ~ 176 64, 7 | 7 Degene die tot abt is aangesteld moet altijd bedenken, 177 64, 19 | die de moeder der deugden is, ter harte nemen en alles 178 65, 4 | 4 Hoe ongerijmd dit is, valt makkelijk te onderkennen: 179 65, 5 | van zijn abt onttrokken is: ~ 180 65, 6 | aangesteld door wie ook de abt is aangesteld". ~ 181 65, 8 | de prior het oneens zijn is het onvermijdelijk, dat 182 65, 12 | 12 Als het mogelijk is moet men - zoals wij dat 183 65, 17 | boven de anderen geplaatst is, met des te groter nauwgezetheid 184 65, 20 | een ander, die dat waardig is, in zijn plaats benoemd. ~ 185 66, 1 | geplaatst, die in staat is een boodschap aan te nemen 186 66, 1 | en die bezadigd genoeg is om niet te gaan rondlopen. ~ 187 66, 6 | 6 Indien het mogelijk is moet het klooster zijn 188 66, 6 | dat alles wat er nodig is zoals water, een molen, 189 66, 7 | rond te zwerven; want dat is volstrekt niet goed voor 190 67, 7 | voor kleinigheid het ook is, zonder toestemming van 191 68, 2 | waarom het hem onmogelijk is, ~ 192 68, 4 | het zo het beste voor hem is ~ 193 70, 2 | dat niemand gerechtigd is de gemeenschap met een van 194 71, 7 | wat geprikkeld over hem is of slechts een weinig verstoord, ~ 195 71, 9 | 9 Als hij te hooghartig is om dit te doen, wordt hij 196 71, 9 | wanneer hij weerspannig is, uit het klooster gezet.~ ~ ~ 197 72, 1 | Zoals er een slechte ijver is - vrucht van verbittering -, 198 72, 2 | 2 zo is er ook een goede ijver, 199 72, 7 | acht, maar veeleer wat goed is voor de ander. ~ 200 73 | GERECHTIGHEID IN DEZE REGEL VERVAT IS~ ~ 201 73, 3 | Oude en Nieuwe Testament is geen lijnrecht richtsnoer


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License