Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
heli 1
hellevuur 1
helpen 2
hem 134
hemel 4
hemels 1
hemelse 1
Frequency    [«  »]
139 wordt
137 men
135 zich
134 hem
131 worden
124 hun
123 abt
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText - Concordances

hem

    Chapter, Verse
1 Prol, 2 | gehoorzaamheid weer tot Hem terug te keren van wie u 2 Prol, 4 | u ook onderneemt, vraag Hem in een volhardend gebed, ~ 3 Prol, 6 | Te allen tijde moeten wij Hem dan ook met zijn eigen gaven, 4 Prol, 7 | als slechte dienaren, die Hem niet hebben willen volgen 5 Prol, 17| goede, zoek de vrede en jaag hem na. ~ 6 Prol, 21| voort op zijn wegen, om Hem te mogen aanschouwen, die 7 Prol, 28| arglistige duivel, als deze hem iets influistert, samen 8 Prol, 28| de ogen van zijn hart en hem volkomen machteloos maakt 9 Prol, 33| hoort en ernaar handelt, hem vergelijk Ik met een verstandig 10 2, 1 | altijd bedenken, hoe men hem noemt, en de naam van overste 11 2, 14 | zijn zonden wel eens tot hem kunnen zeggen: "Hoe waagt 12 2, 21 | enige grond, waarop wij door Hem verschillend beoordeeld 13 2, 25 | de tucht, dan manen wij hem aan hen streng te straffen 14 2, 30 | hij is, bedenken hoe men hem noemt, en hij moet goed 15 2, 30 | moet goed weten, dat van hem, wien meer is toevertrouwd, 16 2, 32 | aanpassen en zich naar hem plooien, dat hij niet enkel 17 2, 32 | dat hij niet enkel aan de hem toevertrouwde kudde geen 18 2, 33 | het heil van de zielen die hem zijn toevertrouwd niet uit 19 2, 36 | niets ontbreekt het hun, die Hem vrezen".~ 20 2, 39 | denken aan het onderzoek, dat hem als herder te wachten staat 21 2, 39 | betrekking tot de schapen die hem zijn toevertrouwd. Naarmate 22 3, 5 | voorbehouden, zodat allen hem gehoorzamen in wat hij het 23 4, 77 | bereid heeft voor hen die Hem liefhebben".~ 24 5, 8 | gevolg aan het woord van hem, die hun iets beveelt. ~ 25 5, 13 | komen doen, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft".~ 26 7, 13 | overtuigd zijn, dat God hem altijd vanuit de hemel gadeslaat 27 7, 32 | te doen, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft". ~ 28 7, 39 | overwinning door toedoen van Hem die ons heeft liefgehad". ~ 29 7, 42 | hun kleed rooft, geven zij hem ook nog hun mantel; als 30 7, 45 | aan de Heer en vertrouw op Hem". ~ 31 7, 49 | en zich bij alles wat men hem opdraagt als een onbekwaam 32 7, 56 | spreekt niet voordat men hem iets vraagt.~ 33 7, 62 | nederigheid voor allen die hem zien: ~ 34 7, 64 | zonden bewust en is het hem alsof hij reeds voor Gods 35 16, 5 | nachts moeten wij opstaan om Hem te loven.~ ~ ~ 36 23, 5 | worden lijfstraffen op hem toegepast.~ ~ ~ 37 25, 2 | zich op enigerlei wijze met hem inlaten of met hem spreken. ~ 38 25, 2 | wijze met hem inlaten of met hem spreken. ~ 39 25, 3 | alleen zijn bij het werk dat hem is opgedragen, volhardend 40 25, 5 | het uur welke de abt voor hem geschikt geoordeeld heeft. ~ 41 25, 6 | 6 Niemand groet hem in het voorbijgaan met de 42 26, 1 | die in de ban is of met hem durft spreken of hem een 43 26, 1 | met hem durft spreken of hem een boodschap doet toekomen, ~ 44 27, 3 | voldoening te brengen. Zij moeten hem bemoedigen, "opdat hij niet 45 27, 4 | verder zegt: "De liefde voor hem moet nog groeien", en door 46 27, 4 | en door allen moet voor hem gebeden worden.~ 47 27, 5 | enkel van de schapen, die hem zijn toevertrouwd te laten 48 28, 1 | een gevoeliger straf op hem worden toegepast; dat wil 49 28, 7 | de trouweloze heen, laat hem gaan", 8 anders zou één 50 29, 2 | 2 dan pas neemt men hem weer op, maar op de laatste 51 29, 3 | nogmaals heengaat, moet men hem zo tot driemaal toe opnieuw 52 29, 3 | hij moet wel weten, dat hem nadien iedere terugkeer 53 31, 5 | Hij houdt zich aan wat hem bevolen wordt. ~ 54 31, 7 | 7 Zou een broeder hem iets onredelijks komen vragen, 55 31, 7 | komen vragen, dan moet hij hem niet grieven door hem vanuit 56 31, 7 | hij hem niet grieven door hem vanuit de hoogte te behandelen, 57 31, 13 | niets geven kan, moet hij hem minstens een vriendelijk 58 31, 15 | 15 Alles waarmee de abt hem belast heeft, is aan zijn 59 31, 15 | niet inlaten met zaken, die hem verboden zijn. ~ 60 31, 17 | taak kan vervullen, die hem is toevertrouwd.~ 61 34, 4 | barmhartigheid (die men hem betoont). ~ 62 35, 11 | beurt wijst ze weer toe aan hem die de nieuwe week ingaat: 63 38, 2 | Communie aan allen om voor hem te bidden, dat God hem beware 64 38, 2 | voor hem te bidden, dat God hem beware voor de geest van 65 38, 10 | heilige Communie en omdat het hem wellicht zwaar zou vallen 66 43, 5 | aangewezen, zodat ze door hem en door alle anderen gezien 67 43, 16 | alleen gebruiken, waarbij hem zijn rantsoen wijn onthouden 68 44, 4 | 4 Als de abt hem laat roepen en hij komt 69 44, 5 | teken van de abt, neemt men hem weer op in het koor op de 70 44, 6 | aanheffen, alvorens de abt hem ook dit weer toestaat. ~ 71 44, 8 | voldoening brengen, totdat de abt hem nogmaals zegt deze voldoening 72 47, 3 | echter alleen gebeuren door hem die in staat is zich van 73 47, 4 | grote eerbied, en enkel door hem die de abt ermee belast 74 48, 23 | studeren of lezen, wordt hem iets te doen gegeven, zodat 75 51, 1 | eten, zelfs niet als iemand hem dat met aandrang zou vragen, ~ 76 51, 2 | 2 tenzij zijn abt hem er opdracht toe gegeven 77 53, 2 | wordt de eer bewezen die men hem verschuldigd is, maar heel 78 53, 3 | de overste en de broeders hem tegemoet met de meest liefdevolle 79 54, 2 | zijn eigen familieleden hem iets toesturen, mag hij 80 56, 2 | geen gasten zijn, staat het hem vrij die broeders uit te 81 58, 1 | monniksleven komt aanmelden, mag hem de intrede niet gemakkelijk 82 58, 3 | onvriendelijkheid waarmee men hem behandelt en de weigering 83 58, 3 | behandelt en de weigering om hem binnen te laten gedurende 84 58, 8 | waardoor men tot God gaat moet hem worden voorgehouden.~ 85 58, 9 | belooft te blijven, wordt hem na verloop van twee maanden 86 58, 10 | 10 en zegt men hem: "Dit is de wet, waaronder 87 58, 12 | verloop van zes maanden wordt hem de Regel weer voorgelezen 88 58, 12 | Regel weer voorgelezen om hem te doen weten waartoe hij 89 58, 13 | nu nog stand houdt, wordt hem na vier maanden nogmaals 90 58, 14 | zal onderhouden en al wat hem wordt bevolen zal volbrengen, 91 58, 18 | anders mocht handelen, door Hem verworpen zal worden met 92 58, 20 | hij een ander om het voor hem te doen; maar de novice 93 58, 26 | In het koor ontdoet men hem terstond van zijn eigen 94 58, 26 | eigen kleren en kleedt men hem met de kleren van het klooster. ~ 95 58, 27 | 27 De kleren die men hem heeft uitgetrokken worden 96 58, 28 | klooster te verlaten, dan wordt hem het monnikskleed uitgetrokken 97 58, 28 | uitgetrokken en zet men hem buiten. ~ 98 59, 2 | altaardwaal, en zo dragen zij hem op.~ 99 59, 3 | oorkonde onder ede, dat zij hem nooit zelf, en ook nooit 100 59, 6 | bezit meer overblijft, die hem zou kunnen misleiden en 101 59, 6 | en te gronde richten, wat hem bespaard moge blijven. De 102 60, 3 | geen uitzonderingen voor hem maken, om gevolg te geven 103 60, 4 | 4 Wel kan men hem de plaats na de abt toewijzen; 104 60, 4 | maar alleen als de abt het hem toestaat.~ 105 60, 7 | neemt hij de plaats in, die hem volgens zijn intrede in 106 60, 7 | toekomt, en niet die welke hem uit eerbied voor het priesterschap 107 61, 4 | zichzelf na te gaan, of de Heer hem wellicht niet juist tot 108 61, 6 | met ondeugden, dan mag men hem niet alleen niet als lid 109 61, 7 | 7 maar men moet hem zelfs beleefd te verstaan 110 61, 8 | als hij niet zo is dat men hem de deur moet wijzen, zal 111 61, 8 | deur moet wijzen, zal men hem niet alleen wanneer hij 112 61, 9 | moet men zelfs trachten hem te bewegen om te blijven, 113 61, 11 | hij het verdient, kan hij hem zelfs een ietwat hogere 114 61, 13 | monnik uit een klooster dat hem bekend is voorgoed in het 115 62, 3 | niets tenzij wat de abt hem opdraagt, want hij dient 116 62, 4 | mag geen aanleiding voor hem zijn om de gehoorzaamheid 117 62, 6 | de beschikking van de abt hem een hogere plaats hebben 118 62, 8 | wordt niet de priester in hem maar de opstandige aan een 119 63, 2 | abt van zijn kant mag de hem toevertrouwde kudde niet 120 63, 16 | staat de jongere op en biedt hem zijn plaats aan: en de jongere 121 63, 16 | vooraleer zijn oudere het hem zegt. ~ 122 64, 12 | pot wil schuren, zou men hem wel eens kunnen breken. ~ 123 64, 14 | uitroeien op een wijze die hem - zoals we reeds gezegd 124 64, 22 | zo staat er - hij stelde hem aan over al zijn goederen".~ ~ ~ 125 65, 5 | 5 omdat zijn gedachten hem influisteren, dat hij aan 126 65, 16 | uitvoer brengen wat zijn abt hem opdraagt, zonder iets te 127 66, 4 | Gods voortkomt, staat hij hem zonder dralen te woord met 128 67, 7 | 7 Hetzelfde geldt voor hem, die het waagt om het slot 129 68, 2 | gaan uitleggen, waarom het hem onmogelijk is, ~ 130 68, 4 | dat het zo het beste voor hem is ~ 131 69, 1 | ander durft verdedigen of hem als het ware in bescherming 132 70, 2 | broeders te verbreken of hem te slaan, tenzij hij daartoe 133 71, 3 | van de abt of van de door hem aangestelde gezagsdragers 134 71, 7 | innerlijk wat geprikkeld over hem is of slechts een weinig


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License