Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk 61 HOE VREEMDE MONNIKEN WORDEN OPGENOMEN
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

Hoofdstuk 61 HOE VREEMDE MONNIKEN WORDEN OPGENOMEN

 

1   Als een vreemde monnik uit verre streken aankomt en als gast in het klooster wil verblijven,

2   en als hij genoegen neemt met de plaatselijke gebruiken die hij aantreft en geen stoornis teweegbrengt in het klooster door zijn overdreven eisen,

3   maar eenvoudigweg tevreden is met wat hij aantreft, wordt hij opgenomen voor zolang hij verkiest.

4   Maar als hij op een redelijke wijze en met nederige liefde iets afkeurt of een opmerking maakt, dient de abt wijselijk bij zichzelf na te gaan, of de Heer hem wellicht niet juist tot dat doel gezonden heeft.

5   Indien hij zich later blijvend zou willen vestigen, moet men deze wens niet afwijzen, te meer omdat men tijdens zijn verblijf als gast zijn manier van leven heeft kunnen leren kennen.

6   Als er tijdens zijn verblijf als gast gebleken is, dat hij veeleisend is of behept met ondeugden, dan mag men hem niet alleen niet als lid opnemen in de kloosterfamilie,

7   maar men moet hem zelfs beleefd te verstaan geven, dat hij vertrekken moet, om te voorkomen dat door zijn treurige levenswijze ook anderen bedorven worden.

8   Maar als hij niet zo is dat men hem de deur moet wijzen, zal men hem niet alleen wanneer hij het vraagt in de gemeente opnemen,

9   maar moet men zelfs trachten hem te bewegen om te blijven, opdat de anderen iets kunnen leren van zijn voorbeeld,

10            en omdat men overal dienaar is van dezelfde Heer, soldaat van dezelfde Koning.

11            Als de abt ziet dat hij het verdient, kan hij hem zelfs een ietwat hogere plaats geven.

12            Overigens niet alleen aan een monnik, maar ook aan bovengenoemde personen uit de hoge rangen van de priesters of geestelijken kan de abt een hogere plaats geven dan hun intrede meebrengt, als hij ziet dat hun gedrag dit rechtvaardigt.

13            Maar de abt wachte er zich wel voor ooit een monnik uit een klooster dat hem bekend is voorgoed in het zijne op te nemen zonder toestemming of aanbevelingsbrieven van zijn abt;

14            want er staat geschreven: "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook aan een ander niet".

 

 




Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License